Rechtbank Oost-Brabant 04-11-2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:8463

Essentie (gemaakt door AI)

Ouders verzoeken wijziging geslachtsaanduiding en voornamen van minderjarige met genderdysforie. Wettelijk biedt art. 1:28 BW geen route onder 16 jaar; rechtbank toetst aan art. 8 EVRM en IVRK en oordeelt dat de leeftijdsgrens in dit concrete geval ongerechtvaardigd ingrijpt in het recht op genderidentiteit. Ouders zijn ontvankelijk. Vereiste deskundigenverklaring (art. 1:28a BW) wordt gepasseerd gezien duurzame overtuiging en medische behandeling. Ambtenaar moet latere vermelding ‘mannelijk’ toevoegen; voornaams

Datum publicatie19-01-2026
Zaaknummer414924
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats's-Hertogenbosch
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenOverig; Burgerlijke Stand (art. 1:16 t/m 1:29f BW); Voornaam (art. 1:4 BW)
WetsverwijzingenBurgerlijk Wetboek Boek 1 4; Burgerlijk Wetboek Boek 1 24; Burgerlijk Wetboek Boek 1 28; Burgerlijk Wetboek Boek 7 450; Verdrag inzake de rechten van het kind 3; Verdrag inzake de rechten van het kind 8; Verdrag inzake de rechten van het kind 16; Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 8

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Wijziging geslacht in geboorteakte van een 13-jarige minderjarige van ‘V’ naar ‘M”, met toepassing van artikel 8 EVRM en het IVRK.

Volledige uitspraak


beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer : C/01/414924 / FA RK 25/1680

Uitspraak : 4 november 2025

Beschikking over wijziging geslacht en voornaamswijziging in de zaak van:

[de vader] ,

en

[de moeder] ,
wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen: de ouders,

advocaat: mr. E.P.J. Appelman,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige] .

De rechtbank merkt ten aanzien van het verzoek wijziging geslacht als belanghebbende aan:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de [gemeente], hierna te noemen: de ambtenaar van de burgerlijke stand.

1De procedure

1.1.

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 18 april 2025;

  • een brief van de ambtenaar van de burgerlijke stand van 7 mei 2025;

  • een F9-formulier met bijlage van mr. Appelman van 17 september 2025.

1.2.

De zaak is mondeling behandeld op 19 september 2025. Verschenen zijn:

  • de ouders en mr. Appelman;

  • de [medewerker gemeente] namens de [gemeente] .

1.3.

[de minderjarige] heeft op 18 september 2025 met de rechter over het verzoek gesproken.

2Het verzoek

2.1.

De ouders vragen, na wijziging van hun verzoek ter zitting:

  1. de voornamen van de minderjarige te wijzigen in: [gewijzigde voornaam] ;

  2. de geboorteakte van de minderjarige te verbeteren in die zin dat “V” (vrouwelijk) wordt verbeterd in: “M” (mannelijk).

3De beoordeling

Wijziging van het geslacht in de geboorteakte

3.1.

De ouders stellen dat bij [de minderjarige] sprake is van genderdysforie. Hij is geboren met het vrouwelijke geslacht, maar zijn genderidentiteit is mannelijk. Om die reden verzoeken de ouders van [de minderjarige] , als zijn wettelijk vertegenwoordigers, wijziging van het geslacht in de geboorteakte.

De Nederlandse wetgeving: artikel 1:28 Burgerlijk Wetboek

3.2.

De eerste vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of de ouders dit verzoek bij de rechtbank kunnen doen (ontvankelijkheid). Het antwoord op die vraag luidt in principe ontkennend. Er is geen Nederlandse wet die de mogelijkheid biedt om dit verzoek bij de rechtbank in te dienen. Iemand van zestien jaar of ouder die de overtuiging heeft tot het andere geslacht te behoren, kan dit verzoek wel doen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand. Dat staat in artikel 1:28 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). [de minderjarige] kan dat verzoek bij de ambtenaar nog niet doen, omdat hij de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt.

3.3.

De rechtbank is bekend met het wetsvoorstel Wijziging vermelding geslacht in geboorteakte, maar zal dit wetsvoorstel niet in haar beoordeling betrekken. De rechtbank legt hierna uit waarom.

3.4.

Het wetsvoorstel maakt het voor een minderjarige jonger dan zestien jaar mogelijk om een verzoek tot wijziging van zijn geslacht bij de rechtbank in te dienen. In april 2025 is echter een motie aangenomen waarmee uitvoering wordt gegeven aan de eerder ingediende motie van Van Vroonhoven/Van Dijk tot intrekking van het wetsvoorstel, dat eerder controversieel was verklaard. Op 25 juni 2025 is het wetsvoorstel geschrapt van de lijst met controversiële onderwerpen en op 2 juli 2025 heeft het kabinet de motie uitgevoerd. Hoewel het wetsvoorstel nog niet is ingetrokken (daarvoor is een machtiging van de Koning vereist), blijkt uit de aangenomen motie tot intrekking van het wetsvoorstel dat er geen zicht is op een wetswijziging.

3.5.

De rechtbank komt dus tot de conclusie dat de Nederlandse wet geen mogelijkheid biedt voor [de minderjarige] en zijn ouders om een verzoek tot wijziging van het geslacht bij de rechtbank in te dienen. De rechtbank moet echter niet alleen aan de Nederlandse wet toetsen, maar ook aan Europese wet- en regelgeving. De rechtbank gaat daarop hierna in.

Toets aan artikel 8 EVRM

3.6.

Artikel 8 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) beschermt het recht op respect voor het privéleven. Er is geen inmenging toegestaan van enig openbaar gezag in de uitoefening van dit recht, behalve als daarin bij wet is voorzien en als dat in een democratische samenleving noodzakelijk is op grond van een reden genoemd in lid 2 van artikel 8 EVRM.

3.7.

Uit jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) blijkt dat het recht op genderidentiteit een fundamenteel element van artikel 8 EVRM vormt en één van de meest intieme aspecten van het privéleven is. 1

3.8.

De Staat heeft een positieve verplichting om maatregelen te treffen die inbreuken tegengaan op het privéleven dat beschermd wordt door artikel 8 EVRM. Uit jurisprudentie van het EHRM blijkt ook dat de Staat daarbij een ruime mate van beoordelingsvrijheid heeft.

3.9.

De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de wettelijke leeftijdsgrens van zestien jaar in artikel 1:28 BW in het geval van [de minderjarige] in overeenstemming is met het voorgaande. De rechtbank acht dat niet het geval en licht dit als volgt toe.

3.10.

Uit de Memorie van Toelichting bij artikel 1:28 BW 2 en de reactie van de staatssecretaris op Kamervragen 3 valt af te leiden dat de leeftijdsgrens van zestien jaar wordt gehanteerd om drie redenen: 1) omdat een minderjarige van zestien jaar of ouder bekwaam is tot het aangaan van een medische behandelingsovereenkomst, 2) omdat de wens van de minderjarige jonger dan zestien jaar mogelijk nog fluïde is en 3) om te vermijden dat er een beoordelingsmoment voor de ambtenaar van de burgerlijke stand bestaat. 4

3.11.

De rechtbank zal hierna uitleggen dat deze redenen geen gerechtvaardigde inbreuk vormen op het recht van [de minderjarige] op genderidentiteit.

1) Minderjarige van zestien jaar en ouder is bekwaam tot het aangaan van een medische behandelingsovereenkomst

Uit de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst (hierna: Wgbo) blijkt dat een minderjarige vanaf zestien jaar geen toestemming meer nodig heeft van zijn ouders met gezag om een geneeskundige behandelingsovereenkomst aan te gaan. Uit de Wgbo blijkt ook dat een minderjarige in de leeftijd van 12 tot en met 15 jaar, mits wilsbekwaam, naast zijn ouders met gezag zélf toestemming moet geven voor een medische behandeling. Dat staat in artikel 7:450 lid 1 en lid 2 BW.

De rechtbank leidt hieruit af dat [de minderjarige] als [leeftijd van de 12 tot en met 15 jaar] ook zelf toestemming moet geven voor medische behandelingen. Dat is ook precies wat hij heeft gedaan; hij ondergaat al sinds mei 2023 medische behandelingen gericht op zijn transitie. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de leeftijdsgrens van zestien jaar die wordt gehanteerd in artikel 1:28 BW in het geval van [de minderjarige] geen gerechtvaardigde inperking is van de uitoefening van zijn recht op genderidentiteit.

2) Wens van minderjarige jonger dan zestien jaar is mogelijk nog fluïde

De tweede reden van de wetgever voor de gehanteerde leeftijdsgrens van zestien jaar is dat de wens van de minderjarige jonger dan zestien jaar om tot het andere geslacht te behoren mogelijk fluïde is.

De rechtbank is van oordeel dat zonder enige twijfel vaststaat dat bij [de minderjarige] sprake is van genderdysforie en dat de overtuiging dat hij tot het mannelijke geslacht behoort al jaren consistent is. [de minderjarige] is door het [zorginstelling] gediagnosticeerd met genderdysforie (productie 2) en heeft zelf toegelicht dat hij al sinds zijn vierde weet dat hij tot het mannelijke geslacht behoort. Daarover bestaat, ook bij zijn ouders, geen enkele twijfel. Dit brengt met zich dat ook de tweede reden van de wetgever voor de leeftijdsgrens van zestien jaar geen gerechtvaardigde inperking is van het recht van [de minderjarige] op genderidentiteit.

3) Beoordelingsmoment ambtenaar van de burgerlijke stand

Tot slot valt uit de Kamerstukken op te maken dat het hanteren van een leeftijdsgrens voorkomt dat er een beoordelingsmoment voor de ambtenaar van de burgerlijke stand bestaat.

In dit geval is het niet de ambtenaar van de burgerlijke stand maar de rechtbank die oordeelt over het verzoek. Er is dus geen sprake van een beoordelingsmoment bij de ambtenaar. Er kan daarom in dit geval ook voorbij worden gegaan aan de derde reden van de wetgever voor de gehanteerde leeftijdsgrens.

Conclusie over ontvankelijkheid

3.12.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de ouders van [de minderjarige] in dit specifieke geval op grond van artikel 8 EVRM de mogelijkheid moeten hebben om een verzoek te doen tot wijziging van het geslacht van [de minderjarige] in de geboorteakte. De rechtbank ontvangt de ouders dus in hun verzoek.

3.13.

De rechtbank betrekt daarbij ook het Verdrag inzake de rechten van het kind (hierna: IVRK). Zo is in artikel 3 lid 1 IVRK bepaald dat de belangen van het kind een eerste overweging zijn bij alle maatregelen of besluiten die hem betreffen. Daaronder valt ook de identiteit van een kind die wordt gevormd door verschillende kenmerken, zoals bijvoorbeeld geslacht en persoonlijkheid. 5 Verder wordt het recht van het kind om zijn identiteit te behouden ook gewaarborgd in artikel 8 IVRK en beschermt artikel 16 IVRK net als artikel 8 EVRM het kind tegen willekeurige of onrechtmatige inmenging in zijn privéleven.

Inhoudelijke beoordeling: deskundigenverklaring

3.14.

Op grond van artikel 1:28a lid 1 en 2 BW moet bij de aangifte een deskundigenverklaring worden overgelegd die vermeldt dat degene op wie de aangifte betrekking heeft tegenover de deskundige heeft verklaard de overtuiging te hebben tot het andere geslacht te behoren en er blijk van heeft gegeven diens voorlichting over de reikwijdte en de betekenis van deze staat te hebben begrepen en de wijziging van de vermelding van het geslacht in de geboorteakte te blijven wensen.

3.15.

De ouders hebben niet zo’n deskundigenverklaring overgelegd. Het traject dat [de minderjarige] moet doorlopen duurt namelijk jaren, waardoor ook zo’n verklaring lang op zich laat wachten. Voor de rechtbank staat echter zonder twijfel vast dat [de minderjarige] de duurzame overtuiging heeft dat hij tot het mannelijke geslacht behoort. Die overtuiging heeft hij al sinds zijn vierde levensjaar. Een verklaring van een deskundige die deze overtuiging bevestigt, heeft naar het oordeel van de rechtbank geen toegevoegde waarde. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan het vereiste van de deskundigenverklaring.

Wat betekent het voorgaande voor het verzoek?

3.16.

Het voorgaande brengt met zich dat de rechtbank de gewenste wijziging van het geslacht van [de minderjarige] in de geboorteakte honoreert. De rechtbank zal de ambtenaar van de burgerlijke stand de opdracht geven om aan de geboorteakte van [de minderjarige] een latere vermelding toe te voegen van wijziging van zijn geslacht van ‘vrouwelijk’ naar ‘mannelijk’.

3.17.

Dit betekent ook dat de rechtbank het verzoek van de ouders om de geboorteakte te verbeteren op grond van artikel 1:24 BW zal afwijzen. Een verbetering van de geboorteakte is immers niet aan de orde. Desondanks wordt het door hen beoogde resultaat wel bereikt door toevoeging van een latere vermelding aan de geboorteakte, langs de weg van artikel 1:28 BW.

3.18.

Op grond van artikel 1:28c lid 1 BW heeft het voorgaande gevolg vanaf de dag waarop de ambtenaar aan de geboorteakte een latere vermelding van de wijziging van het geslacht toevoegt.

Voornaamswijziging

3.19.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende gebleken van een zwaarwichtig belang bij toewijzing van het verzoek tot voornaamswijziging, omdat [de minderjarige] bij zijn geboorte vrouwelijke voornamen heeft gekregen. De gevraagde voornamen zijn geoorloofd naar de maatstaven van artikel 1:4 lid 2 BW. De rechtbank zal het verzoek tot voornaamswijziging daarom toewijzen.

Brief aan [de minderjarige]

3.20.

De rechtbank legt de beslissing uit in een aparte brief aan [de minderjarige] , zodat hij weet wat de beslissing is en waarom die is genomen. De inhoud van de brief is hierna opgenomen, zodat de anderen kunnen lezen wat de rechter aan [de minderjarige] heeft geschreven.

Beste [de minderjarige] ,

Wij hebben elkaar een tijdje geleden gesproken. We hebben het toen gehad over het verzoek van jouw ouders om jouw geslacht en voornamen te veranderen.

Tijdens ons gesprek heb ik jou al verteld dat het volgens de Nederlandse wet niet mogelijk is om je geslacht te wijzigen als je dertien bent. Dat kan pas vanaf je zestiende.

Een rechter moet niet alleen in de Nederlandse wet kijken, maar ook in de Europese wetten. Op basis daarvan heb ik beslist dat jouw geslacht toch nu al kan worden veranderd.

Jij en jouw ouders weten zeker dat je een jongen bent. Ik vind daarom dat je niet hoeft te wachten totdat je zestien bent. Dit betekent dat het geslacht in jouw geboorteakte nu al zal worden veranderd in M (mannelijk).

Daarnaast zullen jouw voornamen worden veranderd in [gewijzigde voornaam] .

[de minderjarige] , ik wens jou het allerbeste voor de toekomst.

4. De beslissing

De rechtbank:

4.1.

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand om aan de [geboorteakte] , ingeschreven in het register van geboorten van de [gemeente] van het jaar [geboortejaar] , een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht, in die zin dat het geslacht zal zijn: M (mannelijk);

4.2.

gelast de wijziging van de voornamen van de minderjarige van [voornaam] in: [gewijzigde voornaam] ;

4.3.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. G. Aarts, rechter, tevens kinderrechter,

en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. D. Beimans als griffier op 4 november 2025.

Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

1

Dit blijkt onder meer uit: EHRM 12 juni 2003, ECLI:EC:ECHR:2003:0612JUD003596897 (Van Kück t. Duitsland), EHRM 6 april 2017, ECLI:CE:ECHR:2017:0406JUD007988512 (Garçon & Nicot t. Frankrijk), EHRM 17 januari 2019, ECLI:CE:ECHR:2019:0117JUD002968316 (X. t. Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië).

2

Kamerstukken II 2011-12 33351, nr. 3.

3

Kamerstukken II 2012-13, 33351, nr. 6.

4

Zie ook: uitspraak van de rechtbank Den Haag van 27 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:4010.

5

CRC/C/GC/14, 2013, nr. 55, pag. 15-16 over het recht van het kind zijn belangen de eerste overweging te laten zijn (art. 3, eerste lid ), met name over de identiteit van het kind.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733