Essentie (gemaakt door AI)
Beschikking waarin [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht worden gesteld voor één jaar wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging door huiselijk geweld en onveilige opvoedsituatie. De kinderrechter passeert een door de Raad geformuleerd doel als ongeschikt bij huiselijk geweld en stelt passende doelen gericht op veiligheid, emotieregulatie en behandeling van ouderproblematiek. Het verzoek van de GI tot wijziging van de zorgregeling wordt voor zes maanden toegewezen, waarbij de GI de regie krijgt over aard, duur en頻| Datum publicatie | 08-01-2026 |
| Zaaknummer | C/16/601978 / JE RK 25-1654 en C/16/602929/ JE RK 25-1745 |
| Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
| Zittingsplaats | Utrecht |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Jeugdbescherming / Jeugdwet; Ondertoezichtstelling 1:254 e.v. BW |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
OTS voor 1 jaar. Vader heeft een contactverbod (voor contact met moeder), eerder is er een tijdelijk huisverbod geweest. Moeder woont met de kinderen op een geheime plek. GI heeft een duidelijk plan voor de uitvoering van de OTS. Kinderrechter benadrukt twee dingen. Veiligheid en draagkracht van de kinderen zijn nu leidend, ook als het gaat om contactherstel met vader. Daarnaast schrapt de kinderrechter één van de doelen zoals geformuleerd door de Raad, dat ouders elkaar moeten vertrouwen en dat in woord en daad uitstralen naar de kinderen. Dat is niet passend en voor de moeder schadelijk om dat van haar te vragen.Volledige uitspraak
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer:
C/16/601978 / JE RK 25-1654 (ondertoezichtstelling)
C/16/602929/ JE RK 25-1745 (wijziging verdeling van de zorg- en opvoedingstaken)
Datum uitspraak: 24 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
Midden-Nederland, Utrecht,
hierna te noemen de Raad,
en
de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland, gevestigd te Utrecht,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] ;
mr. H.G.J. Ligtenberg.
1Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
Zaaknummer: C/16/601978 / JE RK 25-1654
-
het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 4 november 2025;
-
de reactie van de vader, ontvangen op 12 november 2025;
-
de reactie van de moeder, ontvangen op 14 november 2025.
Zaaknummer: C/16/602929/ JE RK 25-1745
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 20 november 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
-
de vader via een Teams-verbinding;
-
de advocaat van de vader;
- [A] , een vertegenwoordiger van de Raad;
- [B] en [C] , vertegenwoordigers van de GI.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. De moeder heeft de kinderrechter op 20 november 2025 een bericht gestuurd, waarin zij laat weten dat ze niet aanwezig zal zijn bij de zitting en dat zij akkoord gaat met de ondertoezichtstelling.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [minderjarige 2] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om met de kinderrechter te praten.
Aan het einde van de zitting heeft de kinderrechter mondeling uitspraak gedaan. Dit is de schriftelijke uitwerking van deze beslissing.
2De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 2 september 2025 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig onder toezicht gesteld van Samen Veilig Midden-Nederland tot 2 december 2025.
3Het verzoek
De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI verzoekt de door de kinderrechter op 12 september 2025 vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
De vader is het niet eens met het verzoek van de Raad. Hij heeft een uitgebreide reactie gestuurd op het rapport. Hij vindt dat de moeder als een te grote informatiebron is gebruikt voor het rapport van de Raad.
De moeder is het eens met het verzoek van de Raad.
5De beoordeling
De beslissing
De kinderrechter stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht voor de duur van één jaar, dus tot 24 november 2026. Daarnaast wijst de kinderrechter het verzoek van de GI over de wijziging van de zorgregeling toe voor de duur van zes maanden. Hierna legt de kinderrechter uit waarom zij deze beslissing neemt.
De ondertoezichtstelling
Op grond van artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een kind onder toezicht stellen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast is een vereiste dat de ouders de hulp die nodig is om die bedreiging weg te nemen, niet of niet genoeg accepteren. Tot slot moet bij de kinderrechter wel de verwachting bestaan dat de ouders binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van het kind zelf weer kunnen dragen.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden ernstig in hun ontwikkeling bedreigd, omdat zij lange tijd zijn blootgesteld aan een onveilige opvoedsituatie waarin er sprake was van psychisch en emotioneel geweld. Ze zijn regelmatig getuige geweest van huiselijk geweld van de vader naar de moeder. De ouders hebben in september 2024 besloten om te scheiden, maar hebben daarna nog een lange periode samengewoond. De vader heeft van 16 juli tot 12 augustus een tijdelijk huisverbod opgelegd gekregen. De moeder verblijft sinds 12 augustus 2025 met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op een voor vader geheime locatie. Daarnaast is de oudere zus van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , [D] , onlangs uithuisgeplaatst. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben allebei last van deze ingrijpende gebeurtenissen, en laten dit op ieder op hun eigen manier zien. [minderjarige 1] wil of kan gevoelens, zoals boosheid en verdriet, niet goed uiten. Hij is een introverte jongen die anderen niet lijkt te willen belasten met zijn gevoel. Mogelijk kropt hij daardoor zijn gevoelens op. [minderjarige 2] laat juist externaliserend gedrag zien, in de vorm van huilen, schreeuwen, boosheid en grenzen opzoeken. Op school is [minderjarige 2] juist stil en bescheiden en lijkt zij weinig aansluiting te hebben met leeftijdsgenoten.
De ouders van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn op dit moment onvoldoende in staat om onder eigen verantwoordelijkheid de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen en de hulpverlening te accepteren. De moeder heeft aangifte gedaan tegen de vader van intieme terreur en psychische mishandeling. Sinds 12 september 2025 geldt een contactverbod voor vader richting de moeder voor de duur van zes maanden. Deze omstandigheden maken dat de ouders op dit moment niet zelf de ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kunnen wegnemen.
De kinderrechter vindt het positief dat de vader bereid is om alle hulpverlening mee te werken om te zorgen dat de verhouding met zijn kinderen kan worden verbeterd. Daarvoor is nu eerst nodig dat de vader met zichzelf aan de slag gaat en laat zien dat hij in staat is tot structurele gedragsverandering. Er is in de afgelopen periode heel veel hulp ingezet. Siloan biedt opvoedondersteuning en psycho-educatie. Daarnaast begeleidt Siloan de omgang tussen de vader en de kinderen. De kinderen staan op de wachtlijst bij Spoor030 voor hulpverlening; [minderjarige 2] voor een vorm van groepstherapie met lotgenoten, [minderjarige 1] voor psychomotorische therapie. De vader heeft inmiddels een intakegesprek gehad bij De Waag. De GI heeft een aantal voorwaarden gesteld aan ouders waaraan zij moet voldoen. Het is van belang dat er in de komende periode aan een veiligheidsplan wordt gewerkt. De kinderrechter vindt het positief dat de jeugdbeschermer in een korte tijd al veel hulpverlening heeft ingezet. De kinderrechter vindt het belangrijk dat de jeugdbeschermer betrokken blijft om de regie te voeren over de hulpverlening en om de ontwikkeling van de ouders en de kinderen in de gaten te houden.
De kinderrechter verwacht dat de ouders de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] binnen een aanvaardbare termijn weer zelf kunnen dragen.
Bij het bepalen van de doelen schrapt de kinderrechter het door de Raad geformuleerde doel ‘ [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben ouders die vertrouwen in elkaar hebben als opvoeder en dit ook in woord en gedrag uitstralen richting [minderjarige 2] en [minderjarige 1] en naar elkaar’. Dat doel is immers niet passend in een situatie van huiselijk geweld, zoals hier aan de hand is. Om dat van de moeder te vragen is niet alleen onmogelijk maar ook nog eens extra beschadigend voor haar.
De kinderrechter is van oordeel dat binnen het kader van de ondertoezichtstelling in ieder geval aan de volgende doelen moet worden gewerkt:
-
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] groeien op in een situatie waarin ze zich veilig voelen zonder de aanwezigheid van verbaal-, emotioneel- of fysiek geweld.
-
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] leren hun emoties op een passende manier uiten.
-
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben ouders die in het belang van hen werken aan hun eigen persoonlijke en psychische problematiek.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Op grond van artikel 1:265g, eerste lid, BW kan de kinderrechter op verzoek van de GI voor de duur van de ondertoezichtstelling een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
noodzakelijk is.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen, zoals al vermeld, op een geheime locatie met hun moeder, en hebben onder begeleiding van Siloan omgang met hun vader. Er is in de afgelopen periode al veel hulpverlening opgestart. Bij aanvang van de voorlopige ondertoezichtstelling heeft de jeugdbeschermer een aantal afspraken gemaakt met de ouders en voorwaarden opgesteld waaraan moet worden voldaan. Het is in de komende periode van belang dat een veiligheidsplan wordt opgesteld, waarin deze voorwaarden worden verwerkt. Door middel van het veiligheidsplan kan verder worden gewerkt aan opbouw van contact tussen de vader en de kinderen. De kinderrechter vindt het belangrijk dat de GI voorlopig bepaalt welk contact met de vader in het belang van de kinderen is, en dat de GI dus de regie blijft houden over de aard, duur en frequentie van de omgang. Tijdens de zitting is besproken dat wel van belang is dat de volgorde der dingen steeds goed in de gaten wordt gehouden. Gelet op de traumatische ervaringen van de kinderen is van belang dat zij hulp krijgen bij de verwerking daarvan. Als contactherstel met de vader belemmerend is voor de traumatherapie dan is de traumatherapie voorliggend. Het tempo en de draagkracht van de kinderen is bovendien leidend bij het vormgeven van het contactherstel.
Uitvoerbaar bij voorraad
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Samen Veilig Midden-Nederland met ingang van 24 november 2025 tot 24 november 2026;
bepaalt dat de GI met ingang van 2 december 2025 de regie heeft over de aard, duur en frequentie van de omgang tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de vader;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2025 door mr. T. Dopheide, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. F. Elsendoorn als griffier, en op schrift gesteld op 11 december 2025. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
