Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15-12-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:8928

Essentie (gemaakt door AI)

Vrouw verzoekt beëindiging gezamenlijk gezag over minderjarige en toewijzing eenhoofdig gezag aan haar. Vader inmiddels strafrechtelijk veroordeeld voor het vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van een kinderpornografische afbeelding, waarbij ook kind betrokken was. Vader refereert zich. Rb: Ned. rechter bevoegd; Ned. recht van toepassing. Door strafrechtelijke veroordeling vader, contactverbod en langdurige afwezigheid van contact en overleg, is gezamenlijk gezag niet langer in belang kind is. Verzoek toegewezen.

Datum publicatie07-01-2026
ZaaknummerC/02/435614 / FA RK 25-2595
ProcedureBeschikking
ZittingsplaatsMiddelburg
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenKinderen; Gezag
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Schriftelijke afdoening wijziging gezag

Volledige uitspraak


beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Zaaknummer: C/02/435614 / FA RK 25-2595

Datum uitspraak: 15 december 2025

beschikking over wijziging gezag

in de zaak van

[de vrouw] ,
hierna te noemen: de vrouw,
wonende in [plaats 1] ,

advocaat: mr. D.J.A. Burlet te Oostburg.


tegen

[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats 2] ,

advocaat: mr. Q. van Mossevelde te Terneuzen.

1Het procesverloop

1.1

In het dossier zitten de volgende stukken:

- het op 13 mei 2025 ontvangen verzoekschrift van de vrouw met bijlagen;

- de op 17 november 2025 ontvangen referteverklaring van de man.

2De feiten

2.1

Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Uit deze relatie is het navolgende, nu nog minderjarige kind geboren:

- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2020, hierna te noemen: [minderjarige] .

2.2

[minderjarige] heeft haar hoofdverblijf bij de vrouw.

2.3

Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

2.4

De man en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit. De vrouw heeft de Belgische nationaliteit.

3Het verzoek

3.1

De vrouw verzoekt, bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

het gezamenlijk gezag van de ouders over [minderjarige] te beëindigen en te bepalen dat voortaan het gezag over de minderjarige, bij uitsluiting van de man, aan de vrouw wordt toegewezen.

3.2

De man verzet zich niet tegen het verzoek van de vrouw en heeft dit middels de ondertekende referteverklaring van 14 november 2025 aan de rechtbank laten weten. Ook heeft de man laten weten dat hij er geen bezwaar tegen heeft dat de rechtbank reeds voor afloop van voormelde verweertermijn zonder zitting beslist op het verzoek van de vrouw.

4De beoordeling

Bevoegdheid en toepasselijk recht

4.1

Vanwege de Belgische nationaliteit van de vrouw heeft de zaak internationaal privaatrechtelijke aspecten. Dat betekent dat de rechtbank eerst moet beoordelen of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om van de verzoeken kennis te nemen en, wanneer dat zo is, welk recht daarop van toepassing is.

4.2

Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om te beslissen op het verzoek van de vrouw tot wijziging van het gezag. De rechtbank zal hierbij Nederlands recht toepassen.

Wettelijk kader

4.3

De rechter kan ingevolge het bepaalde in artikel 1:253n juncto artikel 1:251a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen en bepalen dat het gezag aan één ouder toekomt, als zich een wijziging van omstandigheden heeft voorgedaan waardoor:

  1. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of;

  2. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Inhoudelijke beoordeling

4.4

De rechtbank dient eerst te beoordelen of er sprake is van gewijzigde omstandigheden. Het is de rechtbank gebleken dat het laatste contact tussen de man en [minderjarige] dateert van januari 2024 en dat de man op 6 december 2024 strafrechtelijk is veroordeeld voor het vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van een kinderpornografische afbeelding, waarbij ook [minderjarige] betrokken was. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat de omstandigheden ten opzichte van de situatie zoals die was ten tijde van het uiteengaan van partijen dermate zijn gewijzigd dat de vrouw ontvankelijk is in haar verzoek.

4.5

Op basis van de stukken is de rechtbank van oordeel dat er geen goede basis meer aanwezig is voor de uitoefening van het gezamenlijk gezag over [minderjarige] en dat het uitoefenen van het gezamenlijk gezag ook niet langer in het belang van [minderjarige] is.

Uit de stukken volgt dat de man en [minderjarige] in de periode van september 2022 tot juni/juli 2023 geen contact met elkaar hebben gehad. In oktober 2023 is het contact tussen de man en [minderjarige] – op verzoek van de man – opgestart. Dit contact is in januari 2024 stopgezet, omdat er een zedenonderzoek naar de man was gestart. Tot op heden is er nog steeds geen contact tussen de man en [minderjarige] en ook niet tussen partijen. Door de hiervoor al vermelde veroordeling van de man op 6 december 2024 kan de rechtbank niet anders dan vaststellen dat de man zijn eigen belang boven het belang en de veiligheid van [minderjarige] heeft gezet. Het is de rechtbank verder duidelijk geworden dat de reclassering voor twee jaar als toezichthouder is toegewezen en de man zal ondersteunen in het toewerken naar passende behandeling en hulpverlening. De man wenst zelf pas weer contact met [minderjarige] te overwegen als hij volledig en positief het behandeltraject heeft doorlopen. Veilig Thuis heeft mede daarom op 13 januari 2025 als veiligheidsvoorwaarde opgelegd dat er geen contact mag zijn tussen de man en [minderjarige] , totdat zorgvuldig beoordeeld is door een externe partij of de man veilig contact kan aangaan met [minderjarige] en of dat contact met de man in het belang van [minderjarige] is. Gelet op het bovenstaande stelt de rechtbank vast dat de man al langere tijd niet meer betrokken is bij het leven van [minderjarige] en in ieder geval de komende twee jaar ook niet betrokken zal zijn. De man geeft op dit moment dus ook geen invulling aan zijn gezag. Daar komt bij dat de communicatie, het vertrouwen en verhoudingen tussen partijen, mede als gevolg van de veroordeling van de man, zo ernstig verstoord zijn geraakt dat partijen niet meer in staat zijn met elkaar te overleggen en samen beslissingen over [minderjarige] te nemen. Dit kan in het kader van de veroordeling van de man ook niet van de vrouw worden verwacht.

4.6

Gezien het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is dat het gezag over haar wordt gewijzigd, in die zin dat de vrouw voortaan alleen het gezag over [minderjarige] uitoefent. De man heeft tegen het verzoek van de vrouw geen verweer gevoerd, zo blijkt uit de ondertekende referteverklaring. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw om haar alleen met het gezag te belasten dan ook toewijzen.

4.7

De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

5De beslissing

De rechtbank:

5.1

beëindigt het gezamenlijk gezag van partijen over de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2020 en bepaalt dat het gezag over [minderjarige] voortaan alleen aan de vrouw toekomt;

5.2

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. de Beer, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2025 in aanwezigheid van mr. Vork, griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733