Rechtbank Gelderland 28-11-2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:11290

Essentie (gemaakt door AI)

Verzet tegen hoogte griffierecht, dat is vastgesteld op basis van een vordering van bepaalde waarde. Rb past Wgbz strikt toe: alleen bij een op betaling gerichte geldvordering telt het financiële belang. De procedure waarvoor het griffierecht is geheven betreft de vaststelling van een verdeling. Het gevorderde strekt niet tot betaling van een geldsom, ondanks dat in het petitum van de dagvaarding een bedrag wordt genoemd. Vordering van onbepaalde waarde. Verzet gegrond. Het teveel betaalde griffierecht wordt terugbetaald.

Datum publicatie07-01-2026
ZaaknummerC/05/458530 / HA RK 25-147
ProcedureBeschikking
ZittingsplaatsArnhem
RechtsgebiedenCiviel recht
TrefwoordenFamilieprocesrecht
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Verzet tegen hoogte griffierecht, dat is vastgesteld op basis van een vordering van bepaalde waarde. De procedure waarvoor het griffierecht is geheven betreft de vaststelling van een verdeling. Het gevorderde strekt niet tot betaling van een geldsom, ondanks dat in het petitum van de dagvaarding een bedrag wordt genoemd. Er is sprake van een zaak van onbepaalde waarde. Het verzet is gegrond. Het teveel betaalde griffierecht wordt terugbetaald.

Volledige uitspraak


RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer / rekestnummer: C/05/458530 / HA RK 25-147

Beschikking van 28 november 2025

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [plaats] ,

verzoekende partij,

hierna te noemen: [verzoeker] ,

advocaat: mr. B.W.J. Theunissen te Nijmegen,

tegen

DE GRIFFIER,

van de rechtbank Gelderland,

verweerder,

hierna te noemen: de griffier.

1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzetschrift griffierecht van 3 oktober 2025, met 2 bijlagen;

- het verweerschrift van 30 oktober 2025;

- het e-mailbericht van 17 november 2025 van mr. Theunissen.

1.2.

De beschikking is bepaald op vandaag.

2De feiten

2.1.

[verzoeker] is gedaagde in een bodemprocedure die zijn twee broers (hierna: de eisers) bij deze rechtbank tegen hem zijn gestart. Deze bodemprocedure heeft het kenmerk [nummer] . In deze bodemprocedure heeft de griffier van de rechtbank op 3 september 2025 het griffierecht voor natuurlijke personen geheven dat geldt voor zaken met een waarde van meer dan € 100.000,00 en niet meer dan € 1.000.000,00, namelijk

€ 2.723,00. De griffier van de rechtbank heeft het griffierecht gebaseerd op de door eisers gevorderde verklaring voor recht dat bij de verdeling van de nalatenschap op het aandeel van [verzoeker] de door eisers gestelde schuld van [verzoeker] aan de erflater ter grootte van

€ 174.835,00 wordt toegerekend. De advocaat van [verzoeker] heeft het griffierecht op 4 september 2025 voldaan.

3Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoeker] gaat in verzet tegen het geheven griffierecht en verzoekt de rechtbank om het griffierecht voor onbepaalde waarde aan te houden. Daartoe heeft [verzoeker] aangevoerd dat verdelings- en verrekeningszaken naar hun aard van onbepaalde waarde zijn, omdat bij het vaststellen van de verdeling en verrekening de achterliggende vordering niet is dat de ene partij geld verschuldigd is aan de andere partij; het gaat er alleen om dat duidelijk wordt hoe er wordt verdeeld en dat waar nodig verrekening plaats zou moeten vinden. In de bodemprocedure hebben de eisers gevorderd om een vordering van [verzoeker] aan zijn erfdeel toe te rekenen. Dat is geen geldvordering, maar een verdelingsvordering. Er wordt door de eisers immers geen betaling gevorderd. Volgens [verzoeker] is hij tijdig in verzet gekomen.

3.2.

In reactie op het verzetschrift heeft de griffier aan [verzoeker] bericht dat het griffierecht niet zal worden aangepast en daarom niet deels zal worden gecrediteerd. Ter onderbouwing van dat standpunt heeft de griffier aangevoerd dat, hoewel er in de bodemprocedure geen bedrag als betaling wordt gevorderd, een geschil aanhangig is gemaakt over in ieder geval € 178.000,00, wat een waarde is die in aanmerking genomen kan worden voor de bepaling van het griffierecht. De griffier refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

3.3.

Op de stellingen van [verzoeker] en de griffier wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4De beoordeling

4.1.

De rechtbank zal zonder mondelinge behandeling beslissen, omdat [verzoeker] heeft vermeld daarvan af te zien.

4.2.

In artikel 29 lid 1 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (hierna: Wgbz) is onder meer bepaald dat degene die de griffierechten heeft betaald, gedurende een maand na die betaling tegen de beslissing van de griffier tot heffing van het griffierecht door indiening van een verzoek in verzet kan komen bij het gerecht waaraan het griffierecht of de verschotten werden betaald.

4.3.

Het verzet van [verzoeker] is tijdig ingediend.

4.4.

In artikel 10 lid 1 Wgbz is onder meer bepaald dat de hoogte van het griffierecht wordt bepaald aan de hand van de vordering in de dagvaarding. In artikel 3 lid 5 Wgbz is bepaald dat de hoogte van het griffierecht wordt bepaald aan de hand van de tabel die als bijlage bij deze wet is gevoegd.

4.5.

De Wgbz dient voor de berekening van de hoogte van het griffierecht strikt te worden uitgelegd, in die zin dat uitsluitend wordt aangeknoopt bij het financiële belang van de zaak indien de vordering strekt daadwerkelijke betaling van een geldsom. Dit gold volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad onder de voorafgaand aan de Wgbz geldende wetgeving (vgl. Hoge Raad 30 maart 1990, NJ 1990, 515) en niet gebleken is dat dit onder de Wgbz anders is.

4.6.

[verzoeker] heeft terecht gesteld dat eisers in de bodemprocedure vaststelling van de wijze van verdeling van de nalatenschap vorderen en geen betaling van een bedrag. Weliswaar wordt in het petitum van de dagvaarding een bedrag genoemd, maar dit betekent niet dat het gevorderde strekt tot betaling van een geldsom.

4.7.

Op grond van de Wgbz is [verzoeker] niet meer verschuldigd dan het griffierecht voor een natuurlijk persoon in een zaak met betrekking tot een vordering van onbepaalde waarde (€ 331,00). Uit het voorgaande volgt dat het verzet gegrond is en dat het verzoek van [verzoeker] toewijsbaar is. Aan de advocaat van [verzoeker] zal een bedrag ter grootte van

€ 2.392,00 (€ 2.723,00 - € 331,00) worden terugbetaald.

5De beslissing

De rechtbank

5.1.

verklaart het verzet gegrond,

5.2.

stelt het griffierecht in de zaak met nummer [nummer] vast op

€ 331,00,

5.3.

bepaalt dat aan de advocaat van [verzoeker] een bedrag ter grootte van € 2.392,00 wordt terugbetaald,

5.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van der Mei en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025.

1542



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733