Essentie (gemaakt door AI)
GI verzoekt namens kind onder voogdij vernietiging erkenning door man die niet de biologische vader is. Centrale vraag is of GI dit verzoek kan doen. De rechtbank oordeelt dat art. 1:205 lid 1 BW limitatief aangeeft dat alleen kind, erkenner of moeder die bevoegdheid heeft. In afstammingszaken vertegenwoordigt een bijzonder curator het kind art. 1:212 BW. Omdat reeds een bijzonder curator is benoemd, kan GI het kind niet (tevens) vertegenwoordigen. Geen reden om de regeling ruimer uit te leggen. GI niet-ontvankelijk.| Datum publicatie | 07-01-2026 |
| Zaaknummer | C/05/447495 / FA RK 25-504 |
| Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
| Zittingsplaats | Arnhem |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Kinderen; Vernietiging erkenning; Jeugdbescherming / Jeugdwet |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Verzoek van de GI tot vernietiging erkenning namens de minderjarige. De GI is niet-ontvankelijk in haar verzoek. De bijzondere curator neemt het verzoek niet over.Volledige uitspraak
beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zaakgegevens: C/05/447495 / FA RK 25-504
Datum uitspraak: 22 december 2025
beschikking vernietiging erkenning
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland (hierna: de de GI),
gevestigd in Tiel,
over het minderjarige kind [naam kind], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , hierna te noemen [de minderjarige] , wonende in [woonplaats] , in rechte vertegenwoordigd door mr. M.J. Germs (hierna: de bijzonder curator).
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] (hierna: de moeder),
wonende in [woonplaats] ,
[naam man] (hierna: de man),
wonende in [woonplaats] ,
de heer [naam 1]
mevrouw [naam 2]
(hierna: de pleegouders),
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. M. Kramer in Haarlem.
1Het verloop van de procedure
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift, ingekomen bij de griffie op 11 februari 2025;
- de beschikking benoeming bijzonder curator van deze rechtbank van 24 februari 2025;
- het F9-formulier van de bijzonder curator van 13 juni 2025, met daarbij zijn advies;
- het bericht van mr. Kramer van 4 augustus 2025;
- de e-mail met bijlagen van de GI van 10 november 2025;
- het F9-formulier met bijlagen van mr. Kramer van 21 november 2025;
- het F9-formulier met bijlagen van de bijzonder curator van 28 november 2025.
Tijdens de mondelinge behandeling van 2 december 2025 zijn gehoord:
- een tweetal vertegenwoordigers namens de GI;
- de man;
- de moeder;
- de pleegouders, bijgestaan door hun advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
2De feiten
[de minderjarige] is uit de moeder geboren. Zij is op 23 oktober 2023 erkend door de man en daarbij is gekozen voor de geslachtsnaam [achternaam man] . De man wist op het moment van de erkenning dat hij niet de biologische vader van [de minderjarige] is. [de minderjarige] heeft geen contact met haar biologische vader.
Bij beschikking van deze rechtbank van 2 april 2024 is het gezag van de moeder en de man over [de minderjarige] beindigd en is de GI tot voogd benoemd.
[de minderjarige] woont bij de pleegouders.
3Het verzoek
De GI verzoekt, namens [de minderjarige] , en zoals gewijzigd bij brief van 6 november 2025, de erkenning van [de minderjarige] te vernietigen.
De GI onderbouwt het verzoek als volgt. Het is in het belang van [de minderjarige] dat de erkenning van [de minderjarige] door de man wordt vernietigd. De man heeft een beperkte rol gespeeld in haar leven, is slechts zeer kort bij haar betrokken geweest, en is niet haar biologische vader. Het is belangrijk dat de juridische situatie wordt gelijkgesteld met de feitelijke situatie. In het kader van de statusvoorlichting van [de minderjarige] is het in overeenstemming brengen van de situaties des te meer van belang om een duidelijk en goed te begrijpen verhaal aan [de minderjarige] te kunnen vertellen. Daarbij vindt de GI het ook in het belang van de identiteitsontwikkeling van [de minderjarige] dat zij de naam van haar moeder draagt. Wat de bevoegdheid van de GI betreft om dit verzoek te doen, verwijst de GI naar een uitspraak van Rechtbank Overijssel van 24 maart 2023
1. Hieruit valt op te maken dat het indienen van een verzoek tot gegrondverklaring van ontkenning van vaderschap onder de taak van de voogd valt. Hoewel het in dit geval niet de ontkenning van het vaderschap betreft, maar het vernietigen van de erkenning, stelt de GI zich op standpunt dat ook dit onder haar taak valt. Het juridische vaderschap van de man raakt [de minderjarige] immers in haar persoon, onder meer omdat zij de achternaam van de man draagt.
4De standpunten
De man voert verweer tegen het verzoek. Voordat [de minderjarige] uit huis werd geplaatst hadden de ouders al de intentie om haar door de man te laten erkennen. [de minderjarige] en de man hadden een heel goed contact. Zij waren twee handen op een buik. Omdat de biologische vader van [de minderjarige] niet in beeld was en ook nooit is geweest, wilde de man het vaderschap op zich nemen. Door toedoen van de GI is de man de afgelopen twee jaar uit beeld geraakt. Hoewel de man om praktische redenen een aantal omgangsafspraken heeft afgezegd, wenst hij de omgang met [de minderjarige] weer op te starten.
De moeder voert eveneens verweer tegen het verzoek. [de minderjarige] heeft haar biologische vader nooit gekend. De man heeft [de minderjarige] leren kennen toen zij vijf maanden oud was. Vanaf dat moment is hij als een vader voor haar geweest. [de minderjarige] noemt de man zelfs papa. De erkenning van [de minderjarige] is niet over één nacht ijs gegaan. De moeder heeft hierover overleg gehad met verschillende personen, waarna zij samen met de man de keuze heeft gemaakt om [de minderjarige] door de man te laten erkennen. Door deze erkenning heeft [de minderjarige] een vader gekregen. De moeder vond dit belangrijk voor [de minderjarige] en zij vindt het dan ook van belang dat de situatie blijft zoals deze op dit moment is.
De pleegouders zijn het eens met het verzoek van de GI. Allereerst hebben zij de overtuiging dat het advies van de bijzonder curator (die het verzoek niet ondersteunt) te juridisch is ingestoken en onvoldoende aandacht besteedt aan de belangen van [de minderjarige] . De vernietiging van de erkenning van [de minderjarige] door de man is wel degelijk in haar belang. De man is niet haar biologische vader en vervult ook niet de rol van sociale ouder. Het zijn de pleegouders die in emotionele zin de ouders van [de minderjarige] zijn, terwijl de man geen invulling geeft aan het vaderschap. De erkenning is niet in overeenstemming met de werkelijkheid en is slechts een formele status zonder meerwaarde. Het is van belang dat de juridische werkelijkheid in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke werkelijkheid. Dit geldt des te meer nu [de minderjarige] een pleegkind is, welk feit voor een kind op zichzelf al complex is. Ten slotte volgt de ontvankelijkheid van de GI om onderhavig verzoek namens [de minderjarige] in te dienen volgens de pleegouders uit jurisprudentie van verschillende rechtbanken.
5Het advies van de bijzonder curator
De bijzonder curator heeft geen feiten of omstandigheden geconstateerd op grond waarvan vernietiging van de erkenning in het belang van de minderjarige moet worden geacht. De keuze van de man en de moeder om [de minderjarige] te erkennen is destijds weloverwogen tot stand gekomen en zij staan daar nog steeds volledig achter. Dat de man een beperkte rol speelt in het leven van de minderjarige is geen (voldoende) grond voor
vernietiging van de erkenning. Dit geldt te meer nu de man juist uitdrukkelijk aangeeft wel die rol in het leven van de minderjarige te willen hebben en haar te missen. Het is evenmin gebleken dat een wijziging van de achternaam nodig is in het belang van [de minderjarige] . De bijzondere curator heeft echter wel zorgen over het contact tussen [de minderjarige] en de moeder en de man. Hij spreekt de hoop uit dat er een constructief overleg kan plaatsvinden tussen alle betrokkenen over hoe het contact tussen [de minderjarige] en de ouders hersteld kan worden.
6Het advies van de Raad
De zittingsvertegenwoordiger van de Raad adviseert het verzoek van de GI toe te wijzen. Het uitgangspunt is dat de feitelijke basis kloppend is met de juridische basis. Dat is nu niet het geval. Daarbij ontleent [de minderjarige] een deel van haar identiteit aan haar achternaam. Het is in dat kader van belang dat zij de achternaam van haar moeder draagt. Tegelijkertijd is het wel belangrijk dat de man een rol blijft spelen in het leven van [de minderjarige] en dat de omgang tussen hen hervat wordt.
7De beoordeling
Op grond van artikel 1:205 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een verzoek tot vernietiging van de erkenning, op de grond dat de erkenner niet de biologische vader van het kind is, bij de rechtbank worden ingediend:
door het kind zelf, tenzij de erkenning tijdens zijn meerderjarigheid heeft plaatsgevonden;
door de erkenner, indien hij door bedreiging, dwaling, bedrog of, tijdens zijn minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden daartoe is bewogen;
door de moeder, indien zij door bedreiging, dwaling, bedrog, of tijdens haar minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden is bewogen toestemming tot erkenning te geven.
Voordat de rechtbank kan toekomen aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot vernietiging van de erkenning van [de minderjarige] door de man, moet worden beoordeeld of de GI dit verzoek kan doen.
Uit de tekst van artikel 1:205 lid 1 BW blijkt dat een erkenning kan worden vernietigd op verzoek van het kind, de erkenner of de moeder. Dit is een limitatieve opsomming van personen. De wetgever heeft deze kring van verzoekers bewust beperkt, gelet op het ingrijpende karakter van een vernietiging van de erkenning. Daarbij zijn er ook beperkingen aangebracht in de voorwaarden waaronder de erkenner en de moeder een dergelijk verzoek kunnen doen.
De GI heeft aangegeven op te treden namens [de minderjarige] in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster. Het verzoek is dus namens het kind gedaan, zoals is geregeld in artikel 1:205 lid 1 onder a BW. Voor verzoeken door het kind zelf geldt echter dat en minderjarige in afstammingszaken wordt vertegenwoordigd door een bijzonder curator, die door de rechtbank wordt benoemd.
2 Bij beschikking van 24 februari 2025 van deze rechtbank is in deze zaak een bijzonder curator benoemd. Daarmee is de bijzonder curator de wettelijke vertegenwoordiger van [de minderjarige] in deze procedure. Die rol kan niet door een ander worden overgenomen.
3 Dat betekent dat [de minderjarige] niet daarnaast nog door de GI kan worden vertegenwoordigd. De rechtbank ziet ook geen aanleiding de lijn uit de uitspraak van Rechtbank Overijssel in een zaak over ontkenning van vaderschap door te trekken. De situatie is daarvoor te verschillend. Een ontkenning van vaderschap is in de regel een feitelijke procedure: iemand die juridisch de vader is, is dat biologisch niet en dat kan eenvoudig vastgesteld worden. Aan een verzoek van een ouder worden geen specifieke voorwaarden verbonden. De enige grond is dat de juridische vader niet de biologische vader is. Bij een vernietiging van een erkenning kan dat wel meespelen, maar is veel meer sprake van een belangenafweging. Daarom is de rol van de bijzonder curator daar extra zwaarwegend.
De vraag die dan nog voorligt, is of sprake is van een lacune in de Nederlandse wet waarin de rechtbank zou moeten voorzien. Voor zover al uit het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind redenen zouden kunnen worden afgeleid om de wettelijke regeling ruimer uit te leggen - hetgeen overigens niet uitdrukkelijk door de GI of de pleegouders is aangevoerd - ziet de rechtbank daar in deze situatie onvoldoende grond voor. Daarbij is van belang dat is gebleken dat de betrokkenen een verschillende zienswijze hebben over wat het meest in het belang van [de minderjarige] is. Daarbij speelt mee dat er hier g een biologische vader is die een rol in haar leven speelt. Voor de rol van de man in het leven van [de minderjarige] is de erkenning volgens de GI niet van belang. Over de vraag hoe zwaar het weegt om de achternaam van de moeder te hebben verschillen de meningen. Tegen deze achtergrond kan niet worden geoordeeld dat het belang van [de minderjarige] vergt dat de wettelijke bepaling in dit geval opzij wordt gezet. Daarbij geldt dat de bijzonder curator is benoemd om het belang van [de minderjarige] te behartigen. Deze heeft voldoende gemotiveerd uiteengezet waarom hij het verzoek tot vernietiging van de erkenning niet onderschrijft. Dat betekent ook dat de rechtbank geen grond ziet voor een benoeming van een tweede bijzonder curator, zoals ter zitting door de pleegouders is voorgesteld.
Gelet op het voorgaande moet de rechtbank de GI niet-ontvankelijk verklaren in het verzoek en komt zij niet toe aan een inhoudelijke beoordeling. Volledigheidshalve zal zij mr. Germs ontslaan van zijn taak als bijzonder curator.
8De beslissing
De rechtbank:
verklaart de GI niet-ontvankelijk in haar verzoek.
beschouwt de taak van de bijzonder curator mr. Germs, zoals benoemd bij beschikking van 24 februari 2025, als beëindigd.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Eskes, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.M.T. van Diepen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2025. |
||
|
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. |
||
Vergelijk Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 11 augustus 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:2796.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
