Rechtbank Den Haag 07-01-2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:62

Essentie (gemaakt door AI)

Erfenisgeschil waarin zus vernietiging/nietigheid van testament en buiten toepassing stellen wegens redelijkheid en billijkheid vordert, stellend dat erflaatster door vriendin is gemanipuleerd. Rechtbank acht Nederlandse rechtsmacht en recht toepasselijk. Geen bewijs van geestelijke stoornis art. 3:34 BW, geen bedrog art. 3:44 BW en geen dwaling art. 4:43 lid 2 BW. Beperkende werking R&B afgewezen; notaris handelde zorgvuldig en erflaatster was wilsbekwaam. Onrechtmatige daad en immateriële schade afgewezen. Vero

Datum publicatie07-01-2026
ZaaknummerC/09/683598 / HA ZA 25-321
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsDen Haag
RechtsgebiedenCiviel recht
TrefwoordenErfrecht; Vernietiging en nietigheid testament
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Diverse vorderingen in verband met het overlijden van de zus van eiseres en het door de zus opgestelde testament. In het testament zijn gedaagden tot erfgenaam benoemd. Eiseres stelt onder andere dat (i) het testament van haar zus nietig of vernietigbaar is, dat (ii) gedaagden op grond van de redelijkheid en billijkheid geen rechten kunnen ontlenen aan het testament en dat (iii) gedaagden moeten vertellen waar de as van de zus is uitgestrooid. Alleen de vordering tot bekendmaking van de plaats waar de as is uitgestrooid wordt toegewezen. De overige vorderingen worden afgewezen.

Volledige uitspraak


RECHTBANK Den Haag

Team handel

Zaak-/rolnummer: C/09/683598 / HA ZA 25-321

Vonnis van 7 januari 2026

in de zaak van

[eiseres] te [woonplaats 1] ,

eiseres,

advocaat: mr. M. Smit,

tegen

1 [gedaagde 1] te [woonplaats 2] ( [land] )
2. [gedaagde 2] te [woonplaats 2] ( [land] ),

gedaagden,

advocaat: mr. J.P. den Besten.

Eiseres wordt hierna [eiseres] genoemd. Gedaagden worden hierna gezamenlijk [gedaagden] c.s. (mannelijk enkelvoud) genoemd en ieder afzonderlijk [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .

1Inleiding

1.1.

Deze zaak gaat over de erfenis van de zus van [eiseres] , [erflaatster] . [erflaatster] heeft in 2017 [gedaagde 2] ontmoet via het online spel Habbo Hotel. In de jaren daarna hadden [erflaatster] en [gedaagde 2] veel contact. In mei 2020 heeft [erflaatster] gehoord dat ze ernstig ziek was. Vanaf dat moment heeft ze bijna geen contact meer gehad met [eiseres] en de andere leden van haar familie. In juli 2022 heeft [erflaatster] bij een notaris een testament opgesteld waarin ze de echtgenoot van [gedaagde 2] , [gedaagde 1] , als enig erfgenaam heeft benoemd. In augustus 2022 is [erflaatster] overleden.

1.2.

[eiseres] vindt dat [gedaagde 2] (i) [erflaatster] heeft gemanipuleerd, (ii) voor [erflaatster] heeft bepaald wat ze moest doen en wat ze niet moest doen en (iii) [erflaatster] bij haar familie heeft weggehouden. Daardoor kon [erflaatster] zelf niet meer bepalen wat ze wilde, maar dat deed [gedaagde 2] voor haar. [eiseres] vindt dat het testament van [erflaatster] daarom niet moet worden gebruikt om te bepalen wie de erfenis van [erflaatster] krijgt. De rechtbank is het daar niet mee eens. De rechtbank is van oordeel dat het testament van [erflaatster] niet opzij moet worden gezet. De rechtbank legt hieronder uit waarom.

1.3.

Over deze zaak is een podcast gemaakt onder de naam ‘Het Habbo Mysterie’.

2De procedure

2.1.

Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:

- de dagvaarding van 5 maart 2024 met producties 1 tot en met 43, waarvan producties 8, 9 en 25 ontbreken;

- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 5;

- de brief van [gedaagden] c.s. van 14 november 2025 met producties 6 tot en met 8;

- de akte overlegging producties van [eiseres] met producties 44 tot en met 63;

- de nadere productie 64 van [eiseres] ;

2.2.

Op 26 november 2025 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden.

2.3.

De datum voor het vonnis is vastgesteld voor vandaag.

3De feiten

3.1.

[erflaatster] (hierna: [erflaatster] ) is op [geboortedatum] 1962 geboren in [geboorteplaats] . Zij woonde tot mei 2020 in [stadsdeel] . Tot aan het overlijden van haar moeder in 1995 woonde ze bij haar beide ouders, vanaf 1995 woonde ze alleen met haar vader. [erflaatster] is in 1999 eigenaar geworden van de woning waarin ze tot mei 2020 heeft gewoond. Deze woning was daarvoor van haar ouders. [erflaatster] was vanaf enig moment ook eigenaar van de woning ernaast. Een nichtje van [erflaatster] huurde deze woning van [erflaatster] . [erflaatster] heeft vanaf haar 18e voor dezelfde school gewerkt, waar haar ouders ook werkte. [eiseres] is de zus van [erflaatster] .

3.2.

[erflaatster] speelde vaak Habbo Hotel (hierna: Habbo). Habbo is een online spel waarin je met anderen kunt chatten en spelletjes kunt spelen.

3.3.

In 2017 hebben [gedaagde 2] en [erflaatster] elkaar online leren kennen via Habbo. [gedaagde 2] woont in [land] . Zij is getrouwd met [gedaagde 1] . In 2017 hebben [erflaatster] en [gedaagde 2] elkaar ook in het echt ontmoet. Vervolgens hebben [gedaagde 2] en [erflaatster] veel meer contact gehad en zijn ze samen vaak weekenden weg gegaan en op vakantie gegaan.

3.4.

In 2020 kreeg [erflaatster] lichamelijke klachten. Daarvoor is ze onderzocht in het ziekenhuis. [eiseres] is drie keer mee geweest met [erflaatster] naar een afspraak in het ziekenhuis. In mei 2020 is [gedaagde 2] met [erflaatster] meegegaan naar een vierde afspraak, in ziekenhuis [ziekenhuis 1] . [erflaatster] kreeg toen van de dokter te horen dat ze baarmoederkanker had. Hierna heeft [erflaatster] niet meer in haar huis gewoond.

3.5.

Op 26 juni 2020 en op 3 juni 2021 is [erflaatster] samen met [gedaagde 2] en twee beveiligers bij de woning van [erflaatster] in [stadsdeel] geweest. Ze heeft spullen opgehaald. Op 3 juni 2021 waren [eiseres] en de vader van [erflaatster] en andere familieleden ook in de woning. Zij hebben [erflaatster] toen voor het laatst gezien.

3.6.

Midden juli 2022 was [erflaatster] opgenomen in ziekenhuis [ziekenhuis 1] . Op 18 juli 2022 is contact opgenomen met een notariskantoor. Gevraagd is of een notaris naar [ziekenhuis 1] kon komen. [erflaatster] wilde een testament maken. Een notaris is naar het ziekenhuis gekomen om met [erflaatster] te praten. [erflaatster] heeft een paar keer met deze notaris gesproken. Op 21 juli 2022 hebben [erflaatster] en de notaris hun handtekening op het testament van [erflaatster] gezet (hierna: het testament).

3.7.

In het testament is [gedaagde 1] tot enige erfgenaam van [erflaatster] benoemd. Als hij voor of tegelijk met [erflaatster] was overleden, dan was [gedaagde 2] in zijn plaats de enige erfgenaam. Daarnaast is [gedaagde 1] als executeur aangewezen. Dat betekent dat hij verantwoordelijk was voor het afwikkelen van de erfenis.

3.8.

Voor haar overlijden is [erflaatster] vanuit de woning van [gedaagden] c.s. naar het ziekenhuis [ziekenhuis 2] in [plaats 1] gebracht. Daar is [erflaatster] op 26 augustus 2022 overleden.

3.9.

Op 19 september 2025 heeft de Raad voor de Journalistiek uitspraak gedaan over een door [gedaagde 1] ingediende klacht tegen het AD in verband met de gemaakte podcast met de titel ‘Het Habbo Mysterie’ (hierna de podcast). In de samenvatting van de uitspraak is onder meer het volgende opgenomen:

Nu niet is gebleken dat sprake is van een waargebeurde misdaad noch dat daarvoor een gegrond vermoeden bestaat, is de classificatie ‘true crime’ onzorgvuldig. Daarnaast is de berichtgeving eenzijdig en tendentieus, onder meer omdat ten behoeve van de luisterervaring informatie is achtergehouden, waarbij geen deugdelijke wederhoor is toegepast door klager pas in de vijfde aflevering aan het woord te laten. In zoverre is de klacht gegrond.

Het stond het AD echter vrij om een bepaalde mate van sympathie te laten blijken voor de Schevenings familie. Daarnaast is niet gebleken dat de privacy van klager op ontoelaatbare wijze is aangetast. Verder is niet gebleken dat de podcast relevante onjuistheden van feitelijke aard bevat. Ten slotte is de weergave van de expertanalyses journalistiek relevant en toelaatbaar. Dat klager het niet eens is met de conclusie van de ingeschakelde deskundigen kan het AD niet worden verweten. Op deze punten is de klacht daarom ongegrond.”

3.10.

De Belgische recherche is op enig moment een strafrechtelijk onderzoek gestart in verband met het overlijden van [erflaatster] . Zij hebben het Openbaar Ministerie in Nederland gevraagd dit onderzoek over te nemen. Op 8 maart 2023 heeft het Openbaar Ministerie aan de advocaat van [eiseres] geschreven dat een forensisch arts onderzoek heeft gedaan naar de dood van [erflaatster] . Op basis van dit onderzoek heeft het Openbaar Ministerie geconcludeerd dat sprake was van een natuurlijk overlijden. Bij brief van 6 november 2025 heeft het Openbaar Ministerie aan de advocaat van [gedaagden] c.s. bericht dat zij geen verdere onderzoekshandelingen zullen verrichten. Het Openbaar Ministerie is van oordeel dat er onvoldoende aanknopingspunten aanwezig zijn voor een verdenking van oplichting door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .

4Het geschil

4.1.

[eiseres] vordert samengevat bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad (hoofdelijk):

I. dat de rechtbank bepaalt, met een verklaring voor recht, dat [gedaagden] c.s. op grond van de redelijkheid en billijkheid geen rechten kan ontlenen aan het testament van [erflaatster] ;

II. de vernietiging van het testament, op grond van bedrog, dwaling dan wel onjuiste beweegredenen, dan wel een andere door de rechtbank aan te vullen grond, en/of te bepalen dat sprake is van nietigheid / vernietigbaarheid van het testament. Dit alles omdat het testament is gemaakt onder invloed van een geestelijke stoornis dan wel [erflaatster] in een toestand verkeerde waarbij zij geen testament kon opstellen, dan wel wegens een andere door de rechtbank aan te vullen grond / reden;

III. dat de rechtbank bepaalt, met een verklaring voor recht, dat [gedaagden] c.s. onrechtmatig heeft gehandeld en hem te veroordelen tot het vergoeden van schade aan [eiseres] , zoals nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

IV. op grond van artikel 8 EVRM, de veroordeling van [gedaagden] c.s. om mede te delen, wanneer en waar de as van [erflaatster] is uitgestrooid na haar crematie, op straffe van een dwangsom van € 500 per dag dat hij in gebreke blijft tot een maximum van € 250.000;

V. de veroordeling van [gedaagden] c.s. om de volgende informatie te verstrekken, goed gedocumenteerd en onderbouwd, op straffe van een dwangsom van € 500 per dag dat hij in gebreke blijft tot een maximum van € 250.000:

  • waar verbleef [erflaatster] gedurende het moment van verdwijning uit [stadsdeel] , tot haar overlijden;

  • welke zorg heeft [erflaatster] gehad in de periode dat [gedaagde 2] claimt dat zij haar heeft verzorgd;

  • alle correspondentie met Aegon omtrent de uitkering van de levensverzekering;

  • alle correspondentie met ASR omtrent de beleggingsverzekering bij ASR;

  • antwoord op de vraag of de auto, de postzegelverzameling en muntenverzameling zijn behouden, of verkocht, en indien deze zijn verkocht, informatie over de verkoop (datum, nieuwe eigenaar, koopsom);

  • wie heeft de notaris gebeld voor het opmaken van het testament en overlegging van alle correspondentie met de notaris en/of het notariskantoor met [erflaatster] en/of [gedaagden] c.s. en/of het ziekenhuis en/of medewerkers daarvan.

VI. de veroordeling van [gedaagden] c.s. om alle eigendommen en geldbedragen die aan [erflaatster] toebehoorden, waaronder de woning, de auto, de muntenverzameling, de postzegelverzameling, de levensverzekering, de beleggingsverzekering, de PC/laptop, tablet en/of andere digitale dragers inclusief alle privé informatie met foto’s en eventuele andere zaken/geldbedragen die daarover vallen, in eigendom over te dragen dan wel te betalen/vergoeden aan [eiseres] , in ongeschonden staat, op straffe van een dwangsom van € 500 per dag dat zij in gebreke blijft tot een maximum van € 1.000.000. Voor zover de eigendommen of het geld volledig of voor een deel niet meer in bezit zijn van [gedaagde 1] , aan [eiseres] de schade te vergoeden, nader op te maken bij staat, op grond van onrechtmatige daad, ongerechtvaardigde verrijking en/of onverschuldigde betaling, dan wel een andere door de rechtbank aan te vullen grond;

VII. de veroordeling van [gedaagden] c.s. om immateriële schade van € 500.0000 te vergoeden aan [eiseres] . Er is sprake van immens verdriet, gederfde levensvreugde en [eiseres] en haar familie hebben enorme inspanningen moeten verrichten, met name na het overlijden van [erflaatster] , om informatie te verkrijgen over het overlijden van [erflaatster] en de gebeurtenissen daarvoor;

VIII. de veroordeling van [gedaagden] c.s. tot vergoeden van de proceskosten.

4.2.

[gedaagden] c.s. vindt dat de vorderingen van [eiseres] moeten worden afgewezen of dat [eiseres] niet ontvankelijk moet worden verklaard, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure te verhogen met rente.

4.3.

Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5De beoordeling

Inleiding

5.1.

In dit vonnis wordt achtereenvolgens het volgende besproken:

  • de bevoegdheid van de Nederlandse rechter;

  • het op de vorderingen toepasselijke recht;

  • de nietigheid of vernietigbaarheid van het testament;

  • de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid;

  • de vraag of sprake is van een onrechtmatige daad en immateriële schade;

  • de vordering over de locatie van het uitstrooien van de as;

  • de andere vorderingen tot afgifte van informatie;

  • de vordering over afgifte van eigendommen;

  • de proceskosten;

  • de voorlopige voorzieningen.

5.2.

Deze zaak heeft een internationaal karakter omdat [gedaagden] c.s. in [land] woont. De rechtbank moet daarom eerst bepalen of de Nederlandse rechter bevoegd is om de vorderingen te beoordelen en welk recht daarbij dan van toepassing is.

Rechtsmacht

5.3.

Voor zover het geschil gaat over de erfenis van [erflaatster] en de geldigheid van het testament van [erflaatster] , is de Europese Erfrechtverordening (hierna: ErfVo) van toepassing. 1 Op grond van de ErfVo zijn bevoegd de gerechten van een lidstaat waarvan het recht door degene die is overleden is gekozen. Dan moeten wel alle betrokken partijen bij de rechtbank verschijnen en moeten zij uitdrukkelijk de bevoegdheid van die rechtbank aanvaarden (artikel 7 aanhef en onder c ErfVo).

5.4.

Voor zover de vorderingen van [eiseres] zijn gebaseerd op onrechtmatige daad is de Brussel I bis-Verordening van toepassing. 2 Als een partij verschijnt in de procedure zonder zich op onbevoegdheid van de rechter te beroepen, is de rechter op grond van die verordening bevoegd (artikel 26 Brussel I bis-Verordening).

5.5.

[eiseres] heeft de zaak aanhangig gemaakt bij de Nederlandse rechter. [erflaatster] heeft in haar testament gekozen voor de toepassing van Nederlands recht. [gedaagden] c.s. is in deze procedure verschenen en heeft tijdens de mondelinge behandeling de bevoegdheid van de rechtbank uitdrukkelijk aanvaard. De rechtbank is daarom bevoegd om van de vorderingen kennis te nemen.

Toepasselijk recht

5.6.

Omdat [erflaatster] in haar testament heeft gekozen voor de toepassing van Nederlands recht, is Nederlands recht van toepassing op de vraag wie van haar erft (artikel 22 ErfVo), op de bekwaamheid om te erven (artikel 23 lid 1 sub c ErfVo) en op de geldigheid van het testament (artikelen 24 en 26 ErfVo).

3.7.

Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op onrechtmatige daad, moet op grond van de Rome II-verordening worden bepaald welk recht daarop van toepassing is. 3 Op grond van artikel 4 Rome II is het recht van toepassing van het land waar de schade zich voordoet. Als [eiseres] schade heeft geleden die [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2] moeten vergoeden, dan heeft ze die schade in Nederland geleden. [erflaatster] is namelijk overleden in Nederland en alles wat ze had, was in Nederland. Dit betekent dat Nederlands recht van toepassing is op de vorderingen van [eiseres] voor zover gebaseerd op onrechtmatige daad.

Geen nietigheid of vernietigbaarheid van het testament

5.7.

[eiseres] vindt dat [erflaatster] op het moment dat zij bezig was met het opstellen van het testament leed aan een geestelijke stoornis. Het testament is daarom volgens [eiseres] niet geldig, met een juridische term: nietig. Als de rechtbank oordeelt dat het testament niet nietig is, dan vindt [eiseres] dat de rechtbank het testament ongeldig moet verklaren, met een juridische term: moet vernietigen op grond van bedrog of dwaling.

5.8.

Voor het maken van een testament is nodig dat de persoon die het testament wil maken, in staat is zijn of haar wil te bepalen (artikel 3:33 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). Deze wil kan ontbreken als deze persoon (blijvend of tijdelijk) lijdt aan een geestelijke stoornis op het moment van het opstellen van het testament (artikel 3:34 BW) . Dan kan het testament nietig zijn.

5.9.

[eiseres] heeft echter in de stukken voor de rechtbank alleen opgeschreven dat [erflaatster] een geestelijke stoornis had, maar niet uitgelegd wat deze geestelijke stoornis was. [erflaatster] was terminaal ziek en [eiseres] wijst in dit verband alleen op een tekort aan hemoglobine bij [erflaatster] . Een tekort aan hemoglobine kan leiden tot onder andere moeheid en duizeligheid. De rechtbank is van oordeel dat daaruit echter niet volgt dat [erflaatster] een geestelijke stoornis had zoals bedoeld in artikel 3:34 BW. De notaris die het testament heeft gepasseerd, twijfelde ook niet aan de wilsbekwaamheid van [erflaatster] . [eiseres] heeft ook geen medische verklaring overgelegd waaruit een geestelijke stoornis blijkt. Er is dus voor de rechtbank geen reden om nu, achteraf aan de wilsbekwaamheid van [erflaatster] te twijfelen.

5.10.

[eiseres] heeft wel uitgelegd waarom ze vindt dat [erflaatster] niet zelf de wil had om [gedaagde 1] als erfgenaam te benoemen. Ze vindt dat [gedaagde 2] [erflaatster] in verregaande mate heeft beïnvloed of gemanipuleerd. Naar het oordeel van de rechtbank is dit iets anders dan wilsonbekwaamheid. Indien [gedaagde 2] [erflaatster] heeft beïnvloed, was [erflaatster] wel wilsbekwaam, maar heeft zij haar wil misschien gebrekkig gevormd. Dan zou het gaan om een wilsgebrek (bijvoorbeeld bedrog of dwaling). Een geslaagd beroep op een wilsgebrek heeft als gevolg dat het testament moet worden vernietigd, niet dat het nietig is. Het testament van [erflaatster] is dus in ieder geval niet nietig.

5.11.

De vervolgvraag is of het testament vernietigbaar is op grond van de wilsgebreken dwaling of bedrog.

5.12.

Artikel 3:44 BW is de bepaling in het Burgerlijk Wetboek die gaat over bedrog. Bedrog is aanwezig, wanneer iemand een ander tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling beweegt (i) door opzettelijk een onjuiste mededeling te doen, (ii) door het opzettelijk verzwijgen van enig feit dat de verzwijger verplicht was mede te delen, of (iii) door een andere kunstgreep. [eiseres] heeft het echter niet over bedrog gehad. Zij heeft geen feiten of omstandigheden genoemd die verband houden met het opstellen van het testament waaruit kan worden afgeleid dat sprake is van bedrog door [gedaagden] c.s. [eiseres] vindt dat sprake is geweest van invloed op [erflaatster] , maar zij heeft niet gewezen op opzettelijke onjuiste mededelingen gedaan door [gedaagden] c.s. om [erflaatster] te bewegen het testament op te stellen. [eiseres] heeft wel geschreven dat ze vindt dat sprake is van ‘kunstgrepen’ en fraude, maar licht dat verder niet toe. Ze heeft niet toegelicht welke handelingen van [gedaagden] c.s. kunstgrepen waren of frauduleus waren. Aan de voorwaarden voor een geslaagd beroep op bedrog is dan ook niet voldaan.

5.13.

Voor vernietiging van een testament op grond van dwaling is in de wet een bijzondere regeling opgenomen in artikel 4:43 lid 2 BW. Een testament is alleen vernietigbaar op grond van dwaling als in het testament zelf is opgenomen waarom degene die het testament heeft opgesteld bepaalde keuzes heeft gemaakt. In het testament van [erflaatster] is echter niet opgenomen waarom ze [gedaagde 1] tot erfgenaam heeft benoemd. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarden die gelden voor een geslaagd beroep op dwaling (artikel 4:43 lid 2 BW) .

5.14.

Het testament is dus ook niet vernietigbaar op grond van de wilsgebreken bedrog of dwaling.

Beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid

5.15.

[eiseres] vordert ook dat de rechtbank bepaalt, met een verklaring voor recht, dat [gedaagden] c.s. op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid geen erfgenaam kan zijn.

Juridisch kader

5.16.

In uitzonderlijke omstandigheden kan de rechtbank met een beroep op de beperkende werking van de redelijk en billijkheid bepalen dat een in een testament opgenomen erfgenaam toch niet kan erven. De rechtbank legt eerst uit waarom dit de juridische regel is die de rechtbank moet toepassen.

Vrijheid om zelf te bepalen wie erft

5.17.

Een belangrijk uitgangspunt van het erfrecht is de vrijheid van een ieder om zelf te bepalen wie van hem/haar erft (de testeervrijheid). Daarbij gelden wel een aantal regels. Dat een erflater wordt beïnvloed door een ander is op zichzelf geen reden waarom die ander geen erfgenaam kan zijn. Het gaat erom of de erflater zijn wil onafhankelijk heeft kunnen vormen, waarbij voor veel mensen zal gelden dat zij zich laten beïnvloeden door hun relatie met anderen. De rechtbank verwijst verderop in dit vonnis uitgebreider naar een uitspraak van het gerechtshof Den Haag die hierover gaat. Als iemand wilsbekwaam is, dan heeft die persoon een grote mate van vrijheid om zich te laten leiden door bij hem of haar levende gedachten en gevoelens. 4 [erflaatster] was wilsbekwaam en mocht in beginsel zelf bepalen wie van haar zou erven. En daarbij mocht ze dus ook luisteren naar anderen die daar iets van vonden.

Rechtszekerheid

5.18.

Een ander belangrijk uitgangspunt van het erfrecht is rechtszekerheid: je moet op een testament kunnen vertrouwen. Voor het opstellen van een testament gelden daarom strenge vormvereisten. Dat kan alleen bij een notaris. Dat biedt zekerheid over wie het testament heeft opgesteld en de inhoud daarvan. Een testament biedt voor de erflater de zekerheid dat de persoon die als erfgenaam is aangewezen, ook daadwerkelijk erfgenaam zal zijn. Voor de erfgenamen en andere betrokkenen biedt het testament zekerheid wie recht heeft op de nalatenschap. Dan kan de afwikkeling daarvan ook snel plaatsvinden. Vanuit het oogpunt van rechtszekerheid kan dus niet snel worden geoordeeld dat een door een wilsbekwame erflater in een testament aangewezen erfgenaam niet mag erven.

Misbruik van omstandigheden

5.19.

In het Nederlands wetboek is naast bedrog en dwaling nog een wilsgebrek opgenomen. Namelijk misbruik van omstandigheden (artikel 3:44 lid 4 BW) . Iemand die misbruik maakt van omstandigheden mag daarvan niet profiteren. Vernietiging van een testament op grond van misbruik van omstandigheden is echter in de wet uitgesloten (artikel 4:43 lid 1 BW) . Dat is omdat de wetgever bang was voor heel veel procedures omdat ‘degenen die door een testament in hun verwachtingen zijn teleurgesteld bijna altijd zouden menen dat de bevoordeelden een onoorbare invloed hebben uitgeoefend om de erflater tot het maken van zijn uiterste wil te bewegen.’ 5 Met andere woorden, de wetgever was bang dat te veel mensen zouden vinden dat degene die een testament heeft opgesteld daarbij te veel heeft geluisterd naar de uiteindelijke erfgenaam. Daarmee is de mogelijkheid om een testament te vernietigen door de wetgever doelbewust beperkt, juist in situaties waarin sprake zou kunnen zijn geweest van een (onbehoorlijke) invloed door een ander. Het is in beginsel de taak van de notaris om zoveel mogelijk te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van feitelijk overwicht. 6

Onwaardig om te erven

5.20.

Op grond van de wet kan iemand ‘onwaardig’ zijn om te erven, bijvoorbeeld omdat hij of zij een ernstig misdrijf heeft gepleegd tegen de erflater of de erflater heeft gedwongen om een testament op te stellen (artikel 4:3 BW) . Daar is in dit geval geen sprake van en dat is door [eiseres] ook niet gesteld.

Redelijkheid en billijkheid

5.21.

De rechtbank heeft eerder al geconcludeerd dat [erflaatster] wilsbekwaam was en dat geen sprake was van bedrog of dwaling. Voor zover [gedaagden] c.s. [erflaatster] heeft beïnvloed, kan de rechtbank het testament niet vernietigen op grond van misbruik van omstandigheden. Daarom heeft [eiseres] een beroep gedaan op de redelijkheid en billijkheid. Want er zijn juristen in Nederland die vinden dat de bepaling in het Burgerlijk Wetboek dat bij een testament geen beroep kan worden gedaan op misbruik van omstandigheden tot onredelijke en onbillijke en daarmee verkeerde situaties kan leiden. Namelijk in het geval dat sprake is van invloed op een erflater die zo onbehoorlijk is, dat het onaanvaardbaar is dat degene die deze invloed heeft uitgeoefend voordeel kan hebben van het testament. Deze juristen vinden dat de rechtbank dan met een verwijzing naar de redelijkheid en billijkheid alsnog moet bepalen dat degene die de heel onbehoorlijke invloed heeft uitgeoefend niet kan erven. Deze uitzondering moet echter (zeer) terughoudend worden toegepast. Er zijn ook nog geen voorbeelden dat rechters in Nederland hebben bepaald dat iemand die in een testament als erfgenaam is aangewezen, om deze reden niet mag erven.

5.22.

Er is een voorbeeld van een 77-jarige tandarts met drie dochters die twee maanden voor zijn overlijden zijn assistente tot enig erfgename had benoemd. De rechtbank Den Haag oordeelde dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om de assistente als enig erfgenaam van de tandarts toe te laten. In hoger beroep was het hof Den Haag het niet eens met deze uitspraak van de rechtbank. Het hof heeft deze uitspraak dan ook vernietigd. Het hof overwoog onder andere dat (i) ‘de eenzijdigheid en daarmee het persoonlijke van de rechtshandeling cruciale elementen zijn van de uiterste wil’, (ii) de betrokken notaris(sen) uiterst zorgvuldig heeft gehandeld, en (iii) van wilsonbekwaamheid niet is gebleken. Ten slotte heeft het hof het volgende overwogen (onderstrepingen zijn van de rechtbank):

“De erfstelling ten behoeve van appellante is rechtsgeldig tot stand gekomen, maar de visie van de rechtbank zou die – op zichzelf geldige erfstelling – klaarblijkelijk buiten toepassing moeten worden gelaten vanwege de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid. Naar het oordeel van het hof vindt die visie geen steun in het recht . De rechtszekerheid staat daaraan naar het oordeel van het hof in de weg , nu er sprake is van een uiterste wil gemaakt door een klaarblijkelijk wilsbekwame erflater, die zorgvuldig door de instrumenterende notaris is voorgelicht en zijn wil meermalen buiten aanwezigheid van derden aan de notaris (en zijn kantoorgenoten) heeft kenbaar gemaakt en overigens van vernietigingsgronden niet is gebleken.

Het feit dat appellante erflater mogelijk heeft beïnvloed om haar tot zijn (bezwaarde) erfgename te benoemen is niet een omstandigheid die maakt dat zij niet enig voordeel uit de nalatenschap van erflater zou mogen trekken. Het gaat erom of erflater zijn wil onafhankelijk heeft kunnen vormen. Menig erflater laat zich daarbij ook leiden door zijn relatie met een partner. Eveneens indien zij de familierelatie tussen erflater en zijn kinderen negatief zou hebben beïnvloed, of erflater in enige mate heeft geïsoleerd van zijn vrienden en kennissen – hetgeen appellante gemotiveerd heeft bestreden - zijn dit eveneens geen feiten en omstandigheden op grond waarvan appellante geen voordeel uit de nalatenschap van erflater kan trekken. Het behoort tot het persoonlijke domein van erflater om zich door zijn eigen gevoelens en beweegreden te laten leiden bij het formuleren van zijn uiterste wil. De notarissen hebben in deze specifieke zaak zorgvuldig getoetst of de verklaring van erflater overeenkwam met hetgeen is beschreven in het testament van erflater. Naar het oordeel van het hof heeft appellante jegens erflater geen handelingen verricht op grond waarvan moet worden geoordeeld dat zij op grond van de wet en/of het recht geen voordeel zou kunnen ontlenen aan het testament van erflater. 7

5.23.

Nog eens kort opgeschreven: een beroep op misbruik van omstandigheden is niet mogelijk bij een testament. Nederlandse juristen vinden dat als de beïnvloeding heel onbehoorlijk is geweest, een beroep kan worden gedaan op de redelijkheid en de billijkheid. Daar is in Nederland nog geen voorbeeld van.

Beoordeling beroep [eiseres] op redelijkheid en billijkheid

Notaris zorgvuldig te werk gegaan

5.24.

De notaris die het testament van [erflaatster] heeft opgesteld, heeft vragen van [eiseres] hierover in een brief van 5 april 2023 beantwoord. Hij heeft daarbij, voor zover in deze procedure belangrijk, onder meer het volgende geschreven:

De nummering van uw vragen houdt ik aan. Mitsdien is mijn antwoord daarop als volgt:

ad 1. Op maandag 18 juli is bij de receptie van ons kantoor een telefonisch verzoek

binnengekomen om in verband met spoed naar het nabij gelegen [ziekenhuis 1] ziekenhuis te komen voor een testamentbespreking. De receptioniste kan zich niet herinneren wie dat is geweest. Omdat ik die middag tijd in mijn agenda had en het klaarblijkelijk spoed had, ben ik naar het ziekenhuis gegaan.

ad 2. (…)

ad 3. Ik heb [erflaatster] twee keer ontmoet, op maandag 18 juli en op donderdag 21 juli. Beide keren in de kamer waarin zij verbleef in het ziekenhuis. Ik heb [erflaatster] twee keer telefonisch gesproken, één keer op woensdag 20 juli toen een maatschappelijk werkster van het ziekenhuis ons kantoor belde en mij doorverbond met haar, en één keer op donderdag 21 juli toen zij zelf belde.

ad 4. (…)

ad 5. Nee. Op zowel maandag 18 juli als donderdag 20 juli heb ik in de afgesloten kamer waar mevrouw verbleef alleen met haar gesproken.

ad 6. Door mij is een concept van het testament met begeleidend schrijven ter attentie van [erflaatster] afgegeven aan de balie van het ziekenhuis op dinsdag 19 juli. Die brief valt onder mijn ambtsgeheim en deel ik derhalve niet met u.

ad 7. (…)

ad 8. (…)

ad 9. De vragen die normaliter gesteld worden. Specifiek waarom mevrouw ons kantoor gebeld heeft en daarbij heeft aangegeven dat er sprake was van spoed. Voorts waarom zij thans een testament wilde opstellen en zij dit niet eerder gedaan heeft. Zij leed immers al langer aan een ernstige aandoening die nu in een terminaal stadium leek te zijn aangekomen.

Voorts vragen gesteld over haar wensen terzake de uiterste wilsbeschikking en de reden daarvoor, de ontstaansgeschiedenis van haar relatie met de door haar gewenste erfgena(a)m(en), haar levensverhaal, etc.

ad 10. (…)

ad 11. (…)

ad 12. Door uitgebreid met haar te spreken en daarbij alle overige factoren te laten

meewegen in mijn beoordeling.

Haar leeftijd was geen indicatie om te twijfelen aan haar wilsbekwaamheid. Hoewel mevrouw, naar ik meen mij te herinneren, een minder goed functionerend gehoor had en ernstig ziek was, vormde dat geen belemmering in de communicatie, Zij antwoorde adequaat op mijn vragen.

Wij hebben op maandag ruim veertig minuten uitvoerig gesproken over de samenstelling van haar vermogen, haar levenswandel (zoals gezinssituatie, werk, familie en ziektebeeld) en haar relatie met de benoemde erfgena(a)m(en). Het gesprek gaf geen aanleiding tot twijfel over haar wilsbekwaamheid.

ad 13. Die verstrek ik u niet.

5.25.

Het hof achtte in de tandarts-zaak drie elementen van belang: (i) de eenzijdigheid en daarmee het persoonlijke van het opstellen van een testament als een heel belangrijk element van het testament, (ii) het zorgvuldig handelen van de betrokken notaris(sen) en (iii) de wilsbekwaamheid. Als de rechtbank kijkt naar deze drie elementen, dan is ook in deze procedure daaraan voldaan. Vaststaat immers dat [erflaatster] wilsbekwaam was. Uit de verklaring van de notaris volgt dat de notaris zorgvuldig te werk is gegaan. [eiseres] heeft ook geen feiten en/of omstandigheden gesteld die de conclusie rechtvaardigen dat de notaris onzorgvuldig te werk is gegaan bij het opstellen van het testament. De notaris heeft op 18 juli en 21 juli 2022 [erflaatster] in het ziekenhuis gesproken, zonder dat daar iemand anders bij aanwezig was. Daarnaast heeft hij twee keer gebeld met [erflaatster] , waarbij in ieder geval een keer de maatschappelijk werkster van het ziekenhuis [erflaatster] aan hem doorverbond. De notaris heeft [erflaatster] de eerste keer ruim veertig minuten gesproken over haar vermogen, haar ‘levenswandel’ en haar relatie met haar familie en de benoemde erfgenamen. Het enkele feit dat aan de notaris is verzocht om met spoed naar het ziekenhuis te komen om het testament te bespreken, is naar het oordeel van de rechtbank niet opmerkelijk zoals [eiseres] stelt. [erflaatster] was namelijk ernstig ziek en een maand later is ze overleden. Dat [erflaatster] in juli 2022 heeft besloten om met spoed een testament op te stellen, is dus goed te verklaren. De notaris heeft op basis van de gevoerde gesprekken geconstateerd dat het de wens van [erflaatster] was om [gedaagde 1] tot erfgenaam te benoemen.

Opmerkelijk gedrag [erflaatster]

5.26.

Zoals al eerder in dit vonnis geschreven: [eiseres] vindt dat [gedaagden] c.s., althans [gedaagde 2] , [erflaatster] heeft beïnvloed of gemanipuleerd. Zij vindt het onaanvaardbaar dat [gedaagden] c.s. rechten kan ontlenen aan het testament. Deze beïnvloeding was volgens [eiseres] dusdanig dat [erflaatster] niet meer wist wat de werkelijkheid was, maar uitsluitend uitging van wat [gedaagde 2] vertelde. [eiseres] voert ter onderbouwing van haar stelling verschillende feiten en omstandigheden aan, onderbouwd met (onder andere) diverse verklaringen, Whatsapp-berichten en chatberichten via Habbo. [eiseres] wijst onder meer op het volgende.

a. [erflaatster] was slechthorend en (daardoor) slecht verstaanbaar voor sommige mensen. [eiseres] vindt dat [erflaatster] (licht) beperkt was, slecht kon omgaan met emoties, moeilijk zelfstandig kon functioneren en naïef en goedgelovig was.

b. [erflaatster] had een goede band met haar familie. Ze zag [eiseres] iedere dag, had goed contact met de dochters van [eiseres] en ging op vakantie met haar familie. [erflaatster] was ook heel actief op Habbo en was een bekende speelster. Ze had een vast groepje vrienden waarmee ze spelletjes speelde en gesprekken had op vaste tijdstippen. [erflaatster] had ook een goede band met haar collega’s op de school waar ze werkte.

c. Sinds het moment dat [gedaagde 2] bevriend is geraakt met [erflaatster] via Habbo, heeft [erflaatster] haar contact met (online) vrienden en haar familie laten verwateren en uiteindelijk verbroken. Haar online contacten heeft ze geblokkeerd. Spelers van Habbo hebben verklaard dat sprake was van een gedragsverandering. Zij vonden dat [gedaagde 2] zich op Habbo niet sociaal opstelde richting anderen, maar alleen gericht was op [erflaatster] en [erflaatster] afschermde. In het spel waren [gedaagde 2] en [erflaatster] alleen nog maar samen, en op een zeker moment stopten ze allebei met het spel.

d. [erflaatster] en [gedaagde 2] gingen samen veel op reis en hadden (heel) veel contact via Whatsapp en Habbo. Achteraf bleek dat [erflaatster] honderden schermafbeeldingen van gesprekken tussen haar en [gedaagde 2] op haar computer heeft opgeslagen. [erflaatster] noemde dat ‘bewijs’ in een bericht aan haar nichtje. [eiseres] heeft diverse gesprekken overgelegd waaruit blijkt dat [gedaagde 2] veel invloed had op [erflaatster] en dat ze dagelijks veel contact hadden. [gedaagde 2] benadrukte vaak dat zij de beste vriendin van [erflaatster] was, en reageerde teleurgesteld als [erflaatster] minder reageerde. De familie van [erflaatster] had de indruk dat [erflaatster] zelf geen zeggenschap meer had over de tijd die zij doorbracht met [gedaagde 2] . Uit een WhatsApp/Habbo gesprek tussen [erflaatster] en haar nichtje blijkt bijvoorbeeld dat [gedaagde 2] boos was op [erflaatster] omdat [erflaatster] met haar nichtje op vakantie wilde gaan.

e. De familie van [eiseres] en online vrienden van [erflaatster] hadden de indruk dat de sociale media accounts van [erflaatster] waren overgenomen door [gedaagde 2] . Ook in sommige berichten die vanuit [erflaatster] zouden komen, werden Vlaamse woorden gebruikt. Daaruit blijkt, volgens [eiseres] , dat deze zijn geschreven door [gedaagde 2] . Het gaat bijvoorbeeld om berichten aan de bedrijfsarts. [eiseres] heeft ook een rapport van een deskundige overgelegd, die constateert dat correspondentie van [erflaatster] ofwel door [gedaagde 2] is geschreven ofwel door [gedaagde 2] is gedicteerd. [gedaagden] c.s. heeft dit niet weersproken.

f. In mei 2020 is [erflaatster] samen met [gedaagde 2] zonder uitleg uit [stadsdeel] vertrokken en heeft ze contact met haar familie afgehouden. Achteraf is voor de familie duidelijk geworden dat [erflaatster] toen, in mei 2020, te horen heeft gekregen dat ze baarmoederkanker had.

g. [erflaatster] is vanaf mei 2020 ook niet meer op haar werk verschenen, terwijl ze erg trouw was. Het salaris van [erflaatster] is op een zeker moment stopgezet. Tot februari 2022 had [erflaatster] nog contact met de bedrijfsarts via e-mail en telefoon, maar ze gaf geen verblijfplaats door. In januari en februari 2022 verscheen [erflaatster] niet op gesprekken met de bedrijfsarts. In het rapport van de bedrijfsarts is opgenomen dat de bedrijfsarts bij enkele gesprekken met [erflaatster] de indruk heeft gehad dat iemand [erflaatster] op de achtergrond ‘stond te souffleren’.

h. Onduidelijk is welke zorg [erflaatster] heeft gekregen vanaf het moment dat zij uit [stadsdeel] is vertrokken. [eiseres] stelt dat [erflaatster] niet de juiste zorg heeft gekregen. Bij ziekenhuis [ziekenhuis 1] is in juli 2022 een revalidatieplek aangeboden, maar [erflaatster] heeft er voor gekozen om naar [land] te gaan om daar thuiszorg te regelen. Niet duidelijk is of ze thuiszorg heeft gekregen. Uiteindelijk is [erflaatster] in augustus 2022 met een infectie en botbreuken vanuit de woning van [gedaagde 2] naar het ziekenhuis in [plaats 1] gebracht, waar zij is overleden.

i. De vaste huisarts van [erflaatster] in Den Haag had geen contact meer met [erflaatster] nadat ze in mei 2020 haar woning had verlaten. [gedaagde 2] is op een zeker moment bij een huisarts in [plaats 2] geweest om bloeduitslagen van [erflaatster] op te vragen, maar [erflaatster] stond daar toen niet ingeschreven. Deze bloeduitslagen zijn toen toch meegegeven aan [gedaagde 2] . [gedaagde 2] heeft tegen een medewerker van deze huisarts gezegd, zo heeft deze medewerker verklaard, dat zij en [erflaatster] zaten ‘ondergedoken’ en dat de vaste huisarts van [erflaatster] in [stadsdeel] ‘in het complot zit’. Op 4 augustus 2022 is [erflaatster] ingeschreven bij deze huisarts in [plaats 2] , en daarmee uitgeschreven bij haar oude huisarts in [stadsdeel] . In de tussentijd is [erflaatster] dus niet bij een huisarts geweest.

j. Een beveiliger die op 3 juni 2021 met [erflaatster] en [gedaagde 2] naar de woning in [stadsdeel] is geweest, heeft verklaard dat [gedaagde 2] hem en een andere beveiliger heeft ingeschakeld. De beveiliger verklaart ook dat [gedaagde 2] tegen hem heeft gezegd dat [erflaatster] een vervelende relatie met haar familie had, maar dat dit in zijn optiek niet bleek tijdens het bezoek. De beveiliger verklaarde onder andere dat [erflaatster] zei dat ze niet beschikte over een telefoon en dat hij de indruk had dat [erflaatster] ‘onderdanig was’ aan [gedaagde 2] .

k. [gedaagde 2] was volgens [eiseres] uit op het geld van [erflaatster] . Dat blijkt volgens [eiseres] onder andere uit het feit dat [erflaatster] twee keer naar [stadsdeel] is gegaan om waardevolle spullen op te halen, [erflaatster] haar levensverzekering in 2020 heeft beëindigd en [erflaatster] ergens in 2018 een foto van een stapel cash geld naar andere spelers op Habbo heeft gestuurd.

l. Het testament is opgesteld toen [erflaatster] in het ziekenhuis [ziekenhuis 1] was. Iemand heeft toen de notaris gebeld om met spoed naar het ziekenhuis komen. [gedaagde 2] was 24 uur per dag bij [erflaatster] in het ziekenhuis.

5.27.

Met [eiseres] is de rechtbank van oordeel dat uit bovenstaande volgt dat [erflaatster] na mei 2020 opmerkelijk gedrag heeft vertoond. Dat gedrag week af van haar eerdere gewoonten, waarbij zij altijd op dezelfde plaats heeft gewoond, sinds haar 18e hetzelfde werk verrichtte en veel optrok met haar familie. Ze is, met achterlating van alles, van het ene op het andere moment vertrokken. Ze heeft het contact met haar familie verbroken. Ze is gaan wonen in hotels en vakantiehuisjes, waarbij [gedaagde 2] ook vaak aanwezig was. Dit is althans wat [gedaagden] c.s. de rechtbank heeft verteld en [eiseres] heeft dit niet weersproken. Richting haar werkgever heeft [erflaatster] zich zodanig opgesteld, dat de betaling van haar salaris op enig moment is stopgezet.

5.28.

[gedaagde 2] lijkt een rol te hebben gespeeld bij het vertrek van [erflaatster] uit haar woning in mei 2020. [gedaagde 2] is namelijk met [erflaatster] naar het ziekenhuis gegaan, en daarna is [erflaatster] , afgezien van twee korte bezoeken, niet meer naar huis gegaan. [erflaatster] verbleef vervolgens in [land] en had met name, of alleen, contact met [gedaagde 2] . Dat ze daartoe gedwongen werd, is echter niet komen vast te staan. Ze verbleef in vakantiehuisjes en hotels, waar ze vrij in en uit kon gaan. Althans niet is gesteld of anderszins gebleken dat ze zich niet vrij kon bewegen.

5.29.

Het Openbaar Ministerie heeft onderzoek gedaan naar de omstandigheden rondom het overlijden van [erflaatster] en geconcludeerd dat er geen aanleiding is om [gedaagden] c.s. te vervolgen voor oplichting. Uit een bericht van het Openbaar Ministerie blijkt daarnaast dat een forensisch arts van het Nederlands Forensisch Instituut heeft geconcludeerd dat de botbreuk van [erflaatster] voor haar overlijden niet verdacht is. Ze had namelijk ook uitzaaiingen in haar botten, waardoor botbreuken snel konden plaatsvinden. Het Openbaar Ministerie zag geen aanleiding voor een levensdelict of een geweldsmisdrijf. De Raad voor de Journalistiek heeft een klacht van [gedaagden] c.s. over de classificatie van de podcast als ‘true crime’ gegrond bevonden omdat niet is gebleken dat sprake is van een waargebeurde misdaad noch dat daarvoor een gegrond vermoeden bestaat. Dat [gedaagden] c.s. strafbaar heeft gehandeld, is niet komen vast te staan.

5.30.

Onduidelijk is wel waarom [erflaatster] haar opmerkelijke gedrag vertoonde en plots haar familie, huis, werk en huisarts in de buurt heeft achtergelaten zonder met iemand contact op te nemen om in huisjes en hotels in [land] te wonen, terwijl ze ernstig ziek was en werd behandeld in Nederland.

5.31.

[gedaagden] c.s. heeft geschreven dat hij meent dat [erflaatster] ruzie had met haar vader. Hij heeft in dat verband gewezen op een brief die [erflaatster] daarover in juni 2021 heeft geschreven. In die brief staat inderdaad dat ze in april 2020 woorden had met haar vader omdat hij haar relatie met [gedaagde 2] niet goedkeurde. [eiseres] heeft hierover geschreven dat de door haar ingeschakelde deskundige vindt dat [gedaagde 2] de brief heeft geschreven, vanwege het Belgische taalgebruik in de brief. Zij ontkent dat er onenigheid was binnen de familie. Op basis van wat partijen erover hebben geschreven, staat niet vast dat er inderdaad onenigheid was die de oorzaak was van het gedrag van [erflaatster] .

5.32.

[eiseres] heeft gemotiveerd gesteld dat het uitzonderlijke gedrag van [erflaatster] kan worden verklaard doordat zij ‘volledig werd beheerst’ door [gedaagde 2] . [eiseres] verwijst in dat kader naar een deskundige op het gebied van sektes en loverboys die de correspondentie tussen [gedaagde 2] en [erflaatster] heeft bekeken, en volgens [eiseres] concludeert dat sprake is van ‘destructieve controletechnieken’. [eiseres] vindt, onder verwijzing naar deze deskundige, dat sprake was van een vorm van manipulatie waarmee is bewerkstelligd dat [erflaatster] anders naar zichzelf en de wereld is gaan kijken terwijl anderen die haar zouden/hadden kunnen helpen op afstand werden gehouden en uiteindelijk ‘de denkwijze van de manipulator’ heeft overgenomen. [gedaagden] c.s. heeft zonder toelichting de conclusie van de deskundige betwist.

5.33.

[eiseres] heeft geen rapport van de deskundige overgelegd, maar verwezen naar een specifiek fragment uit de podcast. De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling gezegd de podcast niet te hebben beluisterd. Gelet op wat over de deskundige in de dagvaarding is geschreven en wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken, heeft de rechtbank alsnog geluisterd naar het gedeelte van de podcast waarin de deskundige aan het woord is gekomen. Daaruit is haar gebleken dat de deskundige niet uitvoerig onderzoek heeft gedaan naar [erflaatster] . De deskundige heeft gesproken met de journalist die de podcast heeft gemaakt. De deskundige heeft gezegd dat zij appjes tussen [erflaatster] en [gedaagde 2] heeft bekeken. Er zijn volgens haar duidelijke signalen die duiden op het hanteren door [gedaagde 2] van destructieve controletechnieken erop gericht om [erflaatster] bij haar familie weg te houden. Maar ze heeft ook gezegd dat van kwade motieven bij [gedaagde 2] geen sprake hoeft te zijn, dat [erflaatster] kennelijk op zoek was naar een vriendin buiten de familie en dat [erflaatster] in staat was op momenten tegengas te geven. Verder heeft ze gezegd dat alle door [erflaatster] bewaarde correspondentie bestudeerd zou moeten worden. Dat heeft [eiseres] niet laten doen, noch heeft ze gesteld dat dit onderzoek alsnog mogelijk is. Gelet op dit een en ander, is niet komen vast te staan dat [erflaatster] , zoals [eiseres] stelt, volledig werd beheerst door [gedaagde 2] .

5.34.

De rechtbank concludeert dan ook dat in deze procedure niet duidelijk is geworden waarom [erflaatster] zich heeft gedragen zoals ze heeft gedaan. Dat ze tot haar gedrag op de een of andere manier is gedwongen, staat ook niet vast. Van strafbaar handelen door [gedaagden] c.s. is niet gebleken. Wel is duidelijk dat [gedaagde 2] bij het gedrag van [erflaatster] een rol heeft gespeeld. De laatste jaren van haar leven heeft [erflaatster] met name met [gedaagde 2] doorgebracht. Mogelijk heeft [gedaagde 2] misbruik gemaakt van de omstandigheid dat [erflaatster] , met een slecht gehoor, die altijd door haar familie is beschermd en haar contacten met name binnen de familie had, [gedaagde 2] als vriendin heeft omarmd, veel tijd met [gedaagde 2] heeft doorgebracht en [gedaagde 2] gevolgd is. De wetgever heeft echter bepaald dat voor het opzij zetten van een testament het misbruik maken van de omstandigheden niet voldoende is. Niet is komen vast te staan dat de mogelijke misbruik zo erg was dat de redelijkheid en billijkheid in de weg staan aan toepassing van de wettelijke regel dat geen beroep op misbruik van omstandigheden mogelijk is.

Conclusie

5.35.

De rechtbank benadrukt dat [erflaatster] een wilsbekwame, volwassen vrouw was die zich kennelijk heeft overgegeven aan haar vriendschap met [gedaagde 2] . En daarbij haar familie, om de een of andere reden, buitenspel heeft gezet. Het gaat in deze procedure om het testament van [erflaatster] . Hoe opmerkelijk haar gedragingen vanaf mei 2020 ook zijn geweest, zij heeft tegenover de notaris verklaard wat zij met haar bezittingen wil. De notaris heeft deze wens van [erflaatster] , na vier gesprekken met haar, in een testament vastgelegd. De rechtbank ziet, mede gelet op wat de wet daarover zegt, in het onverklaarde, opmerkelijke gedrag van [erflaatster] geen aanleiding om deze wens van [erflaatster] niet te respecteren. Dit betekent dat het beroep van [eiseres] op de redelijkheid en billijkheid wordt afgewezen.

Onrechtmatige daad en immateriële schade

5.36.

[eiseres] vordert dat de rechtbank in de vorm van een verklaring voor recht bepaalt dat [gedaagden] c.s. onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. Dat vindt ze op basis van dezelfde feiten en omstandigheden die ze heeft aangedragen in verband met haar vorderingen over het testament. De handelingen van [gedaagden] c.s. die [eiseres] aan deze vordering ten grondslag legt, hebben echter allemaal betrekking op [erflaatster] . [eiseres] heeft onvoldoende feiten en/of omstandigheden aangedragen waaruit volgt dat [gedaagden] c.s. jegens [eiseres] onrechtmatig heeft gehandeld. Deze vordering wordt dus afgewezen.

5.37.

[eiseres] vordert daarnaast vergoeding van immateriële schade wegens het immense verdriet, gederfde levensvreugde en enorme inspanningen die zij heeft verricht om informatie te verkrijgen over het overlijden van [erflaatster] . Naar het oordeel van de rechtbank bestaat echter geen grondslag voor de door [eiseres] gevorderde immateriële schade, omdat onvoldoende is gesteld voor de conclusie dat sprake is van een onrechtmatige daad jegens [eiseres] of een andere grondslag voor aansprakelijkheid.

Locatie uitstrooien as

5.38.

[eiseres] vordert dat [gedaagden] c.s. wordt veroordeeld om mede te delen wanneer en waar de as van [erflaatster] is uitgestrooid, onder verwijzing naar artikel 8 EVRM op grond waarvan een nabestaande recht heeft op afscheid van een overledene. [gedaagden] c.s. stelt dat [erflaatster] heeft verzocht om niet aan haar familie mede te delen waar haar as zou worden uitgestrooid.

5.39.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiseres] het recht om afscheid te kunnen nemen van [erflaatster] , en is het in dit specifieke geval onrechtmatig als [gedaagden] c.s. niet aan [eiseres] mededeelt wanneer en waar de as van [erflaatster] is uitgestrooid. De door [gedaagden] c.s. gestelde wens van [erflaatster] is niet onderbouwd en in dit geval geen rechtvaardiging voor de weigering om dit mede te delen. De vordering van [eiseres] op dit punt wordt dus toegewezen.

5.40.

De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen. Wel ziet de rechtbank aanleiding om de dwangsom te matigen tot de in het dictum genoemde bedragen.

Informatieverzoeken

5.41.

[eiseres] vordert afgifte van bepaalde informatie van [gedaagden] c.s. Tijdens de mondelinge behandeling is met partijen besproken dat de rechtbank deze vordering zo begrijpt dat als de rechtbank overweegt dat [gedaagden] c.s. geen erfgenaam is op grond van het testament, [eiseres] als erfgenaam recht heeft op afgifte van informatie van [gedaagde 1] als executeur in de nalatenschap van [erflaatster] . De rechtbank oordeelt dat het testament van [erflaatster] geldig is en dat [gedaagde 1] dus de erfgenaam is. Dit betekent dat dit gedeelte van de vordering van [eiseres] moet worden afgewezen.

Afgifte eigendommen

5.42.

Dit gedeelte van de vordering van [eiseres] is ook ingesteld voor het geval [eiseres] de erfgename is van [erflaatster] . Dat is niet het geval, zodat ook dit gedeelte van de vordering van [eiseres] moet worden afgewezen.

Proceskosten

5.43.

Beide partijen hebben voor een deel gelijk gekregen. Daarom zal de rechtbank de proceskosten van partijen compenseren. Dit betekent dat iedere partij de eigen proceskosten moet betalen.

Voorlopige voorzieningen

5.44.

[eiseres] vordert bij wijze van voorlopige voorziening kort gezegd: (i) de afgifte van informatie zoals ook in de hoofdzaak is gevorderd, (ii) dat [gedaagden] c.s. wordt veroordeeld om mede te delen waar de as van [erflaatster] is uitgestrooid zoals ook in de hoofdzaak is gevorderd, en (iii) om [gedaagden] c.s. een verbod op te leggen om de voormalige woning van [erflaatster] en andere zaken die onder de erfenis vallen te verkopen.

5.45.

Omdat geen afzonderlijke behandeling van de gevorderde voorlopige voorzieningen hebben plaatsgevonden en meteen uitspraak wordt gedaan in de hoofdzaak, heeft [eiseres] geen belang bij de gevorderde voorlopige voorzieningen. Dit betekent dat [eiseres] in het incident niet ontvankelijk wordt verklaard. De proceskosten van [gedaagden] c.s. worden in dat verband begroot op nihil, omdat de gevorderde voorlopige voorzieningen niet tot noemenswaardige kosten hebben geleid.

6De beslissing

De rechtbank:

In het incident

6.1.

verklaart [eiseres] niet ontvankelijk in het incident;

6.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van [gedaagde 1] en begroot deze kosten op nihil;

In de hoofdzaak

6.3.

veroordeelt [gedaagden] c.s. om aan [eiseres] mede te delen, wanneer en waar de as van [erflaatster] is uitgestrooid na haar crematie, op straffe van een dwangsom van € 100 per dag dat hij in gebreke blijft tot een maximum van € 50.000;

6.4.

verklaart de veroordeling onder 6.3 uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

6.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Bordes en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2026.

type: 3557

1

Verordening (EU) Nr. 650/2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring.

2

Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking).

3

Verordening (EG) nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen.

4

Conclusie A-G Wuisman, 18 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:143, par. 2.9.

5

Parl. Gesch. BW Boek 4 2002, p. 265 (nr. 4).

6

HR 20 januari 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD0586. r.o. 3.3.

7

Gerechtshof Den Haag 24 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2807, r.o. 11 e.v.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733