Rechtbank Den Haag 21-11-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:24683

Essentie (redactie)

Voorlopige voorzieningen: kind aan vrouw toevertrouwd, nu zwaartepunt zorg voorlopig bij haar ligt. Wekelijkse birdnesting-regeling met afwisselend exclusief gebruik echtelijke woning, hoewel geen van beide ouders daarvoor open staat: bij man van vrijdag 13.30 uur tot zondag 19.30 uur en verder bij vrouw. Dit het meest in belang kind. In haar belang dat zij ouders wekelijks voldoende kan blijven zien en weer naar voorschoolse educatie kan. Verzoeken om kinder- en partneralimentatie afgewezen: gebrek aan onderbouwing.

Datum publicatie02-01-2026
ZaaknummerC/09/692993 / FA RK 25-7744
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsDen Haag
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenFamilieprocesrecht; Vovo art. 822 Rv;
Kinderen
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Voorlopige voorzieningen

Volledige uitspraak


Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 25-7744

Zaaknummer: C/09/692993

Datum beschikking: 21 november 2025

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 14 oktober 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. H. Tülü in Alkmaar.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M. Hoogeveen in Gouda .

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift, met bijlagen;

  • het bericht van 16 oktober 2025 van de vrouw;

  • het bericht van 20 oktober 2025 van de vrouw, met bijlage;

  • het verweerschrift, met zelfstandige verzoeken, met bijlagen, ingekomen op 4 november 2025;

  • het bericht van 5 november 2025 van de man, met bijlagen;

  • het bericht van 6 november 2025 van de vrouw, met bijlage;

  • het bericht van 7 november 2025 van de man, met bijlage.

Op 7 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en een tolk;

  • de man, bijgestaan door zijn advocaat;

  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Feiten

  • Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2020 in [plaats 1] , Turkije.

  • De man is in Nederland geboren en opgegroeid. De vrouw is in 2022 naar Nederland gekomen.

  • Partijen zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2023 in [plaats 2] .

  • Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over [minderjarige] .

  • [minderjarige] verblijft op dit moment bij de vrouw.

  • De vrouw heeft in ieder geval de Turkse nationaliteit en de man en [minderjarige] hebben in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.

  • In kort geding van 12 september 2025 zijn partijen – voor zover hier van belang – het volgende overeengekomen:

  1. In afwachting van nadere afspraken tussen partijen dan wel een andersluidende rechterlijke beslissing zal de zorgregeling voorlopig vooralsnog worden uitgevoerd als volgt: [minderjarige] zal wekelijks bij de man zijn van vrijdagochtend 10.30 uur tot zondagavond 19.30 uur. De man zal [minderjarige] halen en brengen bij de vrouw.

  2. Partijen zullen zich wenden tot hulpverlening in het kader van hun komende echtscheiding en het maken van noodzakelijke afspraken betreffende [minderjarige] . Daarbij zal worden bekeken of [minderjarige] op korte termijn weer enkele dagdelen naar een peuterspeelzaal / kinderdagverblijf kan gaan.

  3. In het kader van dit kort geding zal geen uitspraak worden gedaan over de voorlopige toevertrouwing nu daarbij onvoldoende belang is in het licht van voormelde voorlopige zorgregeling.

Deze afspraken zijn neergelegd in een proces-verbaal.

Verzoek en verweer

De vrouw verzoekt, bij wijze van voorlopige voorzieningen, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:

  • de vrouw met uitsluiting van de man gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres 1] in ( [postcode 1] ) [plaats 2] en de zich daarin bevindende inboedel, met het bevel dat de man deze niet meer mag betreden;

  • [minderjarige] voorlopig aan de vrouw wordt toevertrouwd;

  • de man maandelijks, een nog nader vast te stellen bedrag aan kinderalimentatie, zal betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] ;

  • de man maandelijks, een nog nader vast te stellen bedrag aan partneralimentatie, zal betalen als bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw;

althans een beslissing te nemen die de rechtbank juist acht.

De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de man zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • te bepalen dat de man, met uitsluiting van de vrouw, gerechtigd is tot het voorlopig gebruik van de echtelijke woning aan de [adres 1] in [plaats 2] ;

  • primair:

  • te bepalen dat [minderjarige] voorlopig aan de man wordt toevertrouwd;

  • te bepalen dat er een voorlopige zorgregeling tussen de vrouw en [minderjarige] is waarbij zij wekelijks het weekend bij de vrouw verblijft;

subsidiair:

voor het geval [minderjarige] voorlopig aan de vrouw wordt toevertrouwd, te bepalen dat [minderjarige] wekelijks van vrijdag 13.30 uur tot zondag 19.30 uur bij de man verblijft.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Aan de Nederlandse rechter komt in deze voorlopige voorzieningenprocedure rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningen procedure Nederlands recht toe.

Voorlopige zorgregeling, toevertrouwing [minderjarige] en uitsluitend gebruik echtelijke woning

De rechtbank ziet aanleiding om de verzoeken met betrekking tot de toevertrouwing van [minderjarige] , de voorlopige zorgregeling en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning eerst te bespreken.

Voorlopige zorgregeling

Uit de stukken en wat op zitting is besproken, is het volgende gebleken.

Beide partijen zijn zeer betrokken bij [minderjarige] . Op de zitting, waarbij [minderjarige] aanwezig was, was zichtbaar dat [minderjarige] om de beurt met partijen contact zocht. Partijen hebben ook niet aangevoerd dat de ander ongeschikt is om voor [minderjarige] te zorgen, anders dan dat de man aanvoert dat de taalontwikkeling van [minderjarige] vertraging oploopt bij de vrouw, omdat zij geen Nederlands met haar spreekt.

De man werkt 36 uur per week en heeft werktijden van 8.00 uur tot 16.45 uur. Op vrijdag werkt de man een korte dag. Daarom is [minderjarige] – anders dan tijdens de zitting in kort geding overeengekomen – op vrijdag vanaf 13.30 uur bij de man. Op de zitting heeft hij aangegeven dat hij informatie heeft vergaard voor de opvang van [minderjarige] , maar dat hij dit nog niet daadwerkelijk heeft geregeld. De vrouw heeft aangegeven dat zij niet werkt en door de week voor [minderjarige] kan zorgen. [minderjarige] kan dan ook weer drie ochtenden in de week naar de voorschoolse educatie waar zij eerder ook heen ging.

De rechtbank stelt vast dat als [minderjarige] door de week bij de man zou verblijven, er op de korte termijn voor haar geen opvang is. Daarom zal de rechtbank de huidige zorgregeling voorlopig handhaven, waarbij [minderjarige] wekelijks bij de man is van vrijdag 13.30 uur tot zondag 19.30 uur. De rechtbank zal het meer of anders verzochte met betrekking tot de voorlopige zorgregeling afwijzen.

Toevertrouwing [minderjarige]

Nu het zwaartepunt van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken van [minderjarige] – in ieder geval voorlopig – bij de vrouw ligt, ziet de rechtbank aanleiding om [minderjarige] aan de vrouw toe te vertrouwen. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek van de vrouw om [minderjarige] aan haar toe te vertrouwen zal toewijzen, onder afwijzing van het verzoek van de man.

Uitsluitend gebruik echtelijke woning

Ten aanzien van de verzoeken over het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning overweegt de rechtbank als volgt.

Op de zitting is gebleken dat de woning met één slaapkamer in de huidige omstandigheden, waarbij sprake is van grote spanningen tussen partijen, niet geschikt is voor een verblijf van partijen samen met [minderjarige] .

De vrouw verblijft op dit moment in een logeerkamer van een moskee in [plaats 3] , en zij heeft gesteld dat zij daar niet lang meer kan verblijven. Daarnaast is de vrouw pas sinds 2022 in Nederland en heeft zij een beperkt netwerk. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee haar belang in het verblijf van de woning gegeven.

Het belang van de man in de woning hangt mede samen met zijn werk. Hij werkt als monteur bij KPN in de omgeving van [plaats 2] en heeft een vaste parkeerplek nodig voor zijn auto, omdat daarin ’s nachts de leveringen voor de volgende werkdag worden geplaatst. Het is van belang dat de man zijn baan behoudt, mede omdat partijen schulden hebben.

Los van het belang van [minderjarige] om in een rustige omgeving met zowel de vrouw als de man tijd door te brengen, is het in het belang van [minderjarige] om terug te keren naar de echtelijke woning, omdat zij in (de omgeving) [plaats 2] drie ochtenden in de week voorschoolse educatie genoot.

De rechtbank is van oordeel dat alle belangen afwegende de verzoeken van beide partijen gedeeltelijk moeten worden toegewezen, in die zin dat partijen voorlopig allebei afwisselend gerechtigd zijn tot het uitsluitend gebruik van de woning, waarbij met betrekking tot [minderjarige] een birdnestingregeling zal gelden. De rechtbank zal bepalen dat de ouder bij wie [minderjarige] volgens de voorlopige zorgregeling zal zijn op dat moment het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning heeft. Dit betekent dat de vrouw van vrijdag 13.30 uur tot zondag 19.30 uur elders zal moeten verblijven, en de man van zondag 19.30 uur tot vrijdag 13.30 uur elders zal moeten verblijven. Dit idee is op de zitting met partijen besproken en zij stonden daar niet voor open. Desondanks is rechtbank van oordeel dat deze regeling het meeste in het belang is van [minderjarige] . Het is in haar belang dat zij partijen wekelijks voldoende kan blijven zien en weer naar voorschoolse educatie kan.

De rechtbank gaat ervan uit dat het voor de man mogelijk zal zijn om een vaste andere parkeerplek voor zijn auto te vinden. Daarnaast gaat de rechtbank ervan uit dat, nu de man geboren en getogen is in [plaats 2] , hij in staat is daar binnen zijn netwerk een tijdelijk verblijfadres te vinden voor de dagen dat hij niet in de echtelijke woning kan verblijven.

De rechtbank gaat ervan uit dat beide partijen zich zullen inzetten om zo snel mogelijk geschikte vervangende woonruimte te vinden in (de omgeving van) [plaats 2] , omdat birdnesting geen duurzame oplossing is.

Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij toegewezen. Het meer of anders verzochte met betrekking tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning zal de rechtbank afwijzen.

Ouderschapsbemiddeling

Op de zitting is de rechtbank gebleken dat het partijen niet lukt om met elkaar te communiceren in het belang van [minderjarige] en om samen afspraken te maken over [minderjarige] . Daarom heeft de rechtbank deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling besproken. Beide partijen hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen dit traject. De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen om deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Op 7 november 2025 is dit proces-verbaal per e-mail verzonden naar Enver voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal deze beschikking ook per post zenden aan Enver.

De rechtbank verzoekt de uitvoerende hulpverleningsinstantie om de eindrapportage over het verloop van het traject in te dienen in de bodemprocedure onder zaak- en rekestnummer C/09/692974 en FA RK 25-7725 op de hierna vermelde wijze, nu in de onderhavige procedure een eindbeslissing wordt genomen.

Als het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat dient de instantie de eindrapportage ook tegelijkertijd te zenden aan de Raad. Aan de hand van de eindrapportage zal de Raad bezien of een onderzoek van de Raad noodzakelijk is. De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage de rechtbank hierover te informeren en, indien de Raad onderzoek noodzakelijk acht, dit te verrichten en daarvan bij de rechtbank een rapport in te dienen, eveneens ten behoeve van de bodemprocedure in de echtscheidingszaak. Deze beschikking geldt als voorwaardelijke opdracht aan de Raad om een onderzoek te verrichten voor het geval dat het traject volgens de uitvoerende hulpverleningsinstantie niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht.

Voorlopige kinder- en partneralimentatie

De rechtbank zal de verzoeken van de vrouw om een voorlopige kinder- en partneralimentatie vast te stellen, afwijzen. De vrouw heeft haar verzoeken op geen enkele wijze onderbouwd, niet ten aanzien van de behoefte en ook niet ten aanzien van de draagkracht. Bovendien heeft de vrouw niet weersproken dat er vele schulden zijn en er beslag ligt op het inkomen van de man.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] aan de vrouw zal

worden toevertrouwd;

*

bepaalt als voorlopige zorgregeling met betrekking tot [minderjarige] dat sprake zal zijn van een

birdnesting-regeling, waarbij zij bij de man verblijft van vrijdag 13.30 uur tot zondag 19.30

uur en de overige dagen bij de vrouw.

*

bepaalt dat de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres 1] ( [postcode 1] ) in [plaats 2] : gedurende de tijd dat [minderjarige] volgens de voorlopige zorgregeling bij de man zal zijn;

*

bepaalt dat de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres 1] ( [postcode 1] ) in [plaats 2] : gedurende de tijd dat [minderjarige] volgens de voorlopige zorgregeling bij de vrouw zal zijn;

*

stelt vast dat partijen, te weten:

[de vrouw] , (de vrouw)

wonende in [plaats 2] ( [postcode 1] ), aan de [adres 1] ,

en

[de man] , (de man)

wonende in [plaats 2] ( [postcode 1] ), aan de [adres 1] ,

bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Enver voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;

beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van deze beschikking te zenden naar Enver, Omgangsbegeleiding, [adres 2] , [postcode 2] [plaats 2] , en de Raad;

bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank in de bodemprocedure met zaaknummer C/09/692974 en rekestnummer FA RK 25-7725 (tussentijds) rapporteert omtrent het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide partijen en daarvan, indien het traject niet positief is afgerond, gelijktijdig een afschrift aan de Raad stuurt;

bepaalt dat de griffier binnen één week na ontvangst van de rapportage van een niet positief afgerond traject een afschrift van de processtukken aan de Raad toestuurt;

verzoekt de Raad bij een niet positief verlopen traject te bezien of raadsonderzoek noodzakelijk is met inachtneming van hetgeen de rechtbank daarover in de overwegingen heeft opgenomen, de rechtbank daarover binnen twee weken te informeren en, indien dat onderzoek noodzakelijk geacht wordt, dit onderzoek te verrichten en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen in de bodemprocedure;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Wien als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 21 november 2025.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733