Essentie (gemaakt door AI)
Kort geding over afgifte asbus van overleden zoon. Hof bepaalt eerder dat ex-partner de bestemming van de as mag bepalen en verklaart uitvoerbaar bij voorraad. Moeder vordert schorsing van tenuitvoerlegging hangende cassatie. Voorzieningenrechter weegt belangen en acht belang van moeder zwaarder: twijfel aan actuele affectieve band en rouwbelang van ex-partner, aanwijzingen uit diens blog en omgang met nalatenschap. Tenuitvoerlegging wordt geschorst, asbus blijft bij bewaarder tot onherroepelijk. Dwangsom wordt toegewezen. G| Datum publicatie | 31-12-2025 |
| Zaaknummer | C/03/347847 KG ZA 25-487 |
| Procedure | Kort geding |
| Zittingsplaats | Maastricht |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Burgerlijk procesrecht |
| Trefwoorden | Erfrecht; Uitvaart / asbestemming |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Waar gaat de zaak over? [eiseres] is de moeder van [naam zoon]. [naam zoon] en [gedaagde] hadden zeven jaar lang een relatie met elkaar en woonden in [woonplaats]. [naam zoon] is thuis bij zijn moeder overleden aan zelfdoding nadat [gedaagde] de relatie had verbroken. [eiseres] heeft de crematie geregeld en betaald. [gedaagde] wil de as van [naam zoon] hebben. [eiseres] wil de as van [naam zoon] ook hebben. Zij worden het niet eens over de bestemming van de as. [gedaagde] heeft beslag laten leggen op de as. De asbus wordt nu bewaard bij de deurwaarder. De rechtbank in Breda heeft eerder bepaald dat moeder de as mag hebben. [gedaagde] heeft hoger beroep ingesteld. Het hof heeft bepaald dat [gedaagde] de as mag hebben. Deze beslissing van het hof is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat [gedaagde] die beslissing meteen kan laten uitvoeren en de asbus dus ieder moment zou kunnen ophalen bij de deurwaarder. Dat kan hij ook doen als de beslissing van het hof nog niet definitef vaststaat. [eiseres] wil dat de hoogste rechter bekijkt of de beslissing van het hof juist is (cassatie instellen). Zij wil voorkomen dat de as van [naam zoon] verdwenen blijkt te zijn als zij de as toch zou mogen hebben. Daarom heeft zij de voorzieningenrechter gevraagd om te bepalen dat de deurwaarder de asbus nog niet aan [gedaagde] mag geven totdat definitief vaststaat dat de as naar [gedaagde] gaat. Wat heeft de voorzieningenrechter beslist? Hoe is de procedure gelopen? De vordering van [eiseres] is op 16 december 2025 op zitting behandeld. [eiseres] is daarbij aanwezig geweest met haar advocaat. [gedaagde] is niet naar de zitting gekomen. Hij heeft ook niet gevraagd om via een beeld- of geluidverbinding mee te doen. Namens hem is een kantoorgenoot van zijn advocaat aanwezig geweest. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter meteen (schriftelijk) uitspraak gedaan (kop-staartvonnis). Het vonnis is aan de aanwezige advocaten meegegeven. De uitspraak was dat de asbus van [naam zoon] voorlopig bij de deurwaarder moet blijven en dat de redenen voor die uitspraak uiterlijk op 30 december 2025 zouden worden gegeven. Die redenen staan in deze schriftelijke uitwerking van de beslissing van 16 december 2025 Kop-staart vonnis zie ECLI:NL:RBLIM:2025:13024Volledige uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/347847 / KG ZA 25-487
Motivering van 30 december 2025 bij vonnis in kort geding van 16 december 2025
in de zaak van
[eiseres] ,
die woont in [woonplaats 1] ,
eisende partij,
advocaat: mr. A. Smeekes,
tegen
[gedaagde] ,
die woonde in [woonplaats 2] , maar onlangs naar [woonplaats 3] is verhuisd,
gedaagde partij,
advocaat: mr. P.P.M. Kerckhoffs.
De voorzieningenrechter noemt partijen hierna [eiseres] of moeder en [gedaagde] of ex-partner.
Waar gaat de zaak over?
[eiseres] is de moeder van [naam zoon] . [naam zoon] en [gedaagde] hadden zeven jaar lang een relatie met elkaar en woonden in [woonplaats 2] . [naam zoon] is thuis bij zijn moeder overleden aan zelfdoding nadat [gedaagde] de relatie had verbroken. [eiseres] heeft de crematie geregeld en betaald. [gedaagde] wil de as van [naam zoon] hebben. [eiseres] wil de as van [naam zoon] ook hebben. Zij worden het niet eens over de bestemming van de as. [gedaagde] heeft beslag laten leggen op de as. De asbus wordt nu bewaard bij de deurwaarder. De rechtbank in Breda heeft eerder bepaald dat moeder de as mag hebben. [gedaagde] heeft hoger beroep ingesteld. Het hof heeft bepaald dat [gedaagde] de as mag hebben. Deze beslissing van het hof is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat [gedaagde] die beslissing meteen kan laten uitvoeren en de asbus dus ieder moment zou kunnen ophalen bij de deurwaarder. Dat kan hij ook doen als de beslissing van het hof nog niet definitef vaststaat. [eiseres] wil dat de hoogste rechter bekijkt of de beslissing van het hof juist is (cassatie instellen). Zij wil voorkomen dat de as van [naam zoon] verdwenen blijkt te zijn als zij de as toch zou mogen hebben. Daarom heeft zij de voorzieningenrechter gevraagd om te bepalen dat de deurwaarder de asbus nog niet aan [gedaagde] mag geven totdat definitief vaststaat dat de as naar [gedaagde] gaat.
Wat heeft de voorzieningenrechter beslist? Hoe is de procedure gelopen?
De vordering van [eiseres] is op 16 december 2025 op zitting behandeld. [eiseres] is daarbij aanwezig geweest met haar advocaat. [gedaagde] is niet naar de zitting gekomen. Hij heeft ook niet gevraagd om via een beeld- of geluidverbinding mee te doen. Namens hem is een kantoorgenoot van zijn advocaat aanwezig geweest. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter meteen (schriftelijk) uitspraak gedaan (kop-staartvonnis). Het vonnis is aan de aanwezige advocaten meegegeven. De uitspraak was dat de asbus van [naam zoon] voorlopig bij de deurwaarder moet blijven en dat de redenen voor die uitspraak uiterlijk op 30 december 2025 zouden worden gegeven. Die redenen staan in deze schriftelijke uitwerking van de beslissing van 16 december 2025.
1De feiten
Een paar feiten zijn al genoemd in de eerste alinea van dit vonnis (onder het kopje Waar gaat de zaak over?). Ook de volgende feiten zijn relevant voor de beoordeling van deze zaak.
Op [overlijdensdatum] 2023 is [naam zoon] [eiseres] overleden in de woning van [eiseres] . Hij was een paar dagen daarvoor vertrokken uit het huis waar hij met [gedaagde] woonde. Dat deed hij nadat hij een appje naar zijn moeder had gestuurd. Daarin schreef hij op 9 januari 2023: “ heeft maandag een punt gezet achter onze relatie dan weet je dat”. [gedaagde] is [gedaagde] . In de motivering van dit vonnis wordt hij verder ex-partner genoemd, omdat de (liefdes)relatie over was. De voorzieningenrechter legt dit later in dit vonnis uit.
De rechtbank in Breda heeft opdracht gegeven aan de ex-partner om te bewijzen dat hij de partner van [naam zoon] was op de dag dat [naam zoon] overleed of dat hij zijn erfgenaam was, ook als hij geen partner meer was. Over de as heeft de rechtbank bepaald dat de moeder deze mag hebben, omdat zij opdracht heeft gegeven voor de crematie. Dat uitgangspunt volgt uit de wet.
De ex-partner heeft niet aan die bewijsopdracht voldaan, maar heeft hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft op 18 november 2025 het volgende geoordeeld. [naam zoon] heeft in zijn testament bepaald dat [gedaagde] zijn uitvaart moest regelen. Omdat er geen ander aanknopingspunt is, leidt het hof hieruit af dat de ex-partner ook de bestemming van de as mag bepalen. Ook heeft het hof geoordeeld dat de ex-partner de erfgenaam is, maar dat de moeder recht heeft op afgifte van de inboedel. Na de uitspraak van het hof is gebleken dat de ex-partner de inboedel niet aan de moeder heeft afgegeven, maar elders heeft laten opslaan.
De ex-partner is begin december 2025 verhuisd naar [woonplaats 3] . Hij houdt sinds 14 november 2025 op internet een blog bij. Op zijn blog heeft hij de volgende teksten online gezet:
november 2025)
“Er zullen veel dingen worden afgesloten in mijn leven.
Nederland, Maastricht, nagels, [naam 1] , contacten, het voelt allemaal nog onrealistisch of nog zo ver weg.
Ik ben dankbaar dat ik dit avontuur mag beleven met [naam 2] , ze zal het daar zo fijn hebben.
Ik denk dat waar ik het het meest moeilijke mee zal hebben, buiten het vinden van een appartement, is [naam 1] .
En ja ik weet het, iedereen denkt van kom op [gedaagde] laat het toch los, hij is het laatste waar je na terug moet kijken.
Maar vergeet niet dat ondanks dat hij misschien een lul is, ik ontzettend veel van hem hou en gehouden heb.
Die emotie gaat zo diep, dat heb ik nog nooit eerder ervaren in mijn leven.
En inderdaad het is geen goede jongen voor mij, dat is duidelijk voor iedereen, ook voor mij.
Maar dat haalt al die gevoelens en hoop niet weg.
[naam 1] stond altijd op de 1ste plek bij mij, en elke keer als ik dacht, zou je het emigreren opgeven voor hem als hij wel normaal kan doen, was mijn antwoord altijd ja.
Als hij zich anders zou kunnen gedragen zou ik voor hem kiezen.
Maar we weten ondertussen dat dit gewoon onmogelijk is.
En de laatste keer dat hij bij me was, was hij super lief tegen mij.
Mijn gevoel na hem was weer helemaal op zijn top maar ik voelde ook zijn gevoel naar mij.
Het voelde leeg, en nietszeggend, wetende dat het een moment opname was..
Dat was het punt dat ik wist dat ik nu de knoop moest doorhakken.
Dit is het moment.
Niet meer wachten en zeg je huur op.
En op het moment dat hij de laatste keer de deur uit liep, deed ik het.
Het is zover.
Nu kan ik niet meer terug.
Het is gebeurd, de stap is gezet, de knoop is doorgehakt.
Twee dagen lang ben ik misselijk geweest en heb ik buikpijn gehad wetende dat ik niet meer terug kon.
Maar ergens diep van binnen was ik blij, omdat het nu echt ging gebeuren.
Ik ga een nieuw leven tegemoet.
(…)
Maar waarom blijf ik dan nog hangen in het kut gevoel dat ik [naam 1] niet kan loslaten…..?
Misschien gaat het op dat gebied ook beter als ik weg ben, maar het voelt alsof het me tegenhoud.
Ik weet wat goed en slecht voor me is, en [naam 1] hoort bij de negatieve kant, maar waarom wil ik hem nog steeds meer dan emigreren..
Ik denk dat je hart gebroken moet zijn om het te kunnen begrijpen.
En oke, ik laat me niet weerhouden door hem om een beter leven op te zoeken, maar ik kan nu al met zekerheid zeggen dat ik op het balkon van mijn gehuurde appartement, de eerste avonden niets anders doe dan huilen om hem.
Omdat als ik weg ga alle hoop verloren is.
Ik hoop dat hij veranderd na mij toe, niet alleen aan zichzelf denkt etc.
En ja, ik weet het hij zal nooit veranderen, ik weet het.
Maar dat haalt de hoop niet weg.
En als ik echt weg ben kan het nooit meer goed komen.
Ik kan mijn klanten, familie en vrienden loslaten alsof het niets is, maar hem..
Dat word nog een probleem om verder te komen in mijn leven.
De enige die het emigreren kon stoppen was hij…
Maargoed, we zitten hier niet om depressief te zijn en ik durf mijn leven erop te wedden dat hij vanavond hierheen zal komen.
Maargoed dat maakt het er allemaal niet beter op.
Ik weet dat ik vanavond bij hem zal slapen omdat ik zwak ben en teveel van hem hou.”
december 2025)
“Het was tijd voor het laatste bericht, het laatste bericht naar [naam 1] .
Ik hield het kort en duidelijkheid.
Waarin ik nadruk legde dat het contact tussen ons voorbij is, en we beide ons leven
moeten gaan leiden waarbij we geen rol meer spelen in elkaars leven.
Ik kreeg een kort, nietszeggend bericht terug.
En de blokkade ging erop.
Twee jaar emoties van liefde, pijn en verdriet in 1 bericht voorbij.
De emoties begonnen langzaam op te lopen.
Vragen zoals, doe ik hier wel goed aan door te emigreren? Is dit avontuur niet te hoog gegrepen voor me?
Eindelijk dacht ik de spanningen te voelen, de twijfels waar ik op aan het wachten was.
Maar snel werd voor mij duidelijk dat dit niets te maken had met emigreren, maar puur over het contact tussen mij en [naam 1] .
De hoop dat het ooit nog goed zou komen is weg.
Dat was hetgeen wat me beangstigde, niet het emigreren.
Voordat ik het wist vloeiden de tranen over mijn wangen.
Was het het gemis van hem, het verdriet dat het nu definitief over was?
Ik wist met elke vezel in mijn lichaam dat ik hier goed aan deed en het nooit tussen ons zou werken.
Of waren het tranen van opluchting? Dat ik nu een keuze heb gemaakt die mijn leven zou veranderen... Na een aantal Desperados ging het wel weer en herpakte ik mezelf.
Bij deze sluit ik het hoofdstuk ‘ [naam 1] ’ af in mijn leven. Tijd om voorruit te kijken en niet meer achteruit...”
december 2025)
“Vandaag werd ik ook gebeld door de advocaat die mij vertelde dat de ex-schoonmoeder toch door gaat zetten.
Ze gaat een kort geding tegen mij beginnen waarin ze wilt dat de rechter besluit dat het as van [naam zoon] nog niet mag worden vrij gegeven aan mij.
En dat ze tegelijkertijd een cassatie rechtszaak tegen mij gaat beginnen.
Zucht, dat zou betekenen dat ik binnen een paar weken weer terug in Nederland moet zijn ivm het kort geding wat me weer onnodig geld gaat kosten.
Maargoed ik heb aangegeven aan mijn advocaat niet meer open te staan voor onderhandeling en ik deze vreselijke, mentaal onstabiele vrouw haar gang laat gaan.
Wij zullen ons moeten voorbereiden en dan gaan we het gevecht weer aan.”
De ex-partner weet nog niet wat hij met de as van [naam zoon] gaat doen.
2De beoordeling
Waar toetst de voorzieningenrechter aan?Normaal gesproken moet een uitspraak direct kunnen worden uitgevoerd als een beslissing in die uitspraak uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. In dit geval is uitvoerbaar bij voorraad verklaard dat de ex-partner de asbus moet krijgen. De voorzieningenrechter moet dus bepalen of er redenen zijn om het toch anders te doen.
Een reden om het anders te doen kan zijn dat het belang van moeder om de asbus bij de deurwaarder te laten staan zwaarder weegt dan het belang van de ex-partner om de asbus alvast te krijgen. Daarbij moet de voorzieningenrechter uitgaan van de beslissingen van het hof en de omstandigheden die daarbij zijn betrokken.
Welke beslissing heeft het hof genomen op basis van welke omstandigheden?
Het hof heeft geoordeeld dat het partnerschap van [gedaagde] in de zin van het testament van [naam zoon] niet was geëindigd op het moment dat [naam zoon] overleed. Dat was volgens het hof zo om de volgende redenen.
Ten eerste was voor [naam zoon] beslissend dat hij een affectieve relatie met [gedaagde] had en een gezamenlijke toekomst met hem zag. Het partnerschap vervalt niet meteen nadat [gedaagde] de relatie eenzijdig beëindigt. Het hof stelt vast dat [naam zoon] vlak na beëindiging van de liefdesrelatie door [gedaagde] is overleden. Toen [naam zoon] overleed, waren nog geen stappen gezet om de verbroken samenleving af te wikkelen. Dat staat allemaal in onderdeel 6.6.4 van de uitspraak van het hof.
Over de gezamenlijke toekomst die [naam zoon] wenste heeft het hof niets gezegd. Het hof heeft alleen vastgesteld dat [naam zoon] wel een toekomst voor zich zag met [gedaagde] na verbreking van de liefdesrelatie. Ook dat staat in onderdeel 6.6.4 van de beslissing van het hof. Daar moet de voorzieningenrechter van uitgaan. Dat [naam zoon] nog wel een toekomst voor zich zag, maakt nog niet dat sprake was van een gezamenlijke toekomst. Want zag [gedaagde] die toekomst ook voor zich? Het hof zegt daar niets over.
Gezamenlijke toekomst
Voor een gezamenlijke toekomst zijn twee partners nodig. De voorzieningenrechter zal dus kijken of er feiten of omstandigheden zijn waaruit kan worden afgeleid dat [gedaagde] ook de wens had om een toekomst met [naam zoon] te hebben na het verbreken van de samenleving. Die feiten of omstandigheden zijn er niet.
De voorzieningenrechter stelt op basis van de blog van [gedaagde] vast dat [gedaagde] stapelverliefd is of was op een zekere [naam 1] . De blog is hiervoor geciteerd in nummer 1.6. Tijdens de zitting heeft heeft de voorzieningenrechter de vraag gesteld wie [naam 1] is. De advocaat van [gedaagde] heeft geantwoord dat [naam 1] sinds ongeveer een jaar de nieuwe partner van [gedaagde] was. Daarna heeft diezelfde advocaat tijdens de zitting gezegd dat ruim anderhalf jaar na het overlijden van [naam zoon] sprake was van een nieuwe relatie (spreekaantekeningen mr. Hamid onder nummer 6). Maar dat past niet bij wat [gedaagde] daarover schrijft in zijn blog. Volgens [gedaagde] zelf was sprake van Twee jaar emoties van liefde, pijn en verdriet (geciteerd uit zijn blog, hiervoor weergegeven onder nummer 1.6.2, gedateerd 1 december 2025). [naam zoon] is overleden op [overlijdensdatum] 2023. Anderhalf jaar na [overlijdensdatum] 2023 is ergens in de zomer van 2024. Twee jaar teruggerekend vanaf 1 december 2025 is uiterlijk november 2023, tien maanden na het overlijden van [naam zoon] . Omdat [gedaagde] niet zelf op de zitting was, heeft de voorzieningenrechter hem daar geen vragen over kunnen stellen. Daarom moet ervan worden uitgegaan dat [naam 1] al veel langer dan pas een jaar een grote rol in het leven van [gedaagde] speelde. Het gevolg daarvan is dat de voorzieningenrechter de gevoelens van [gedaagde] van [naam 1] plaatst in de periode rondom of vlak na het overlijden van [naam zoon] . Dit past ook bij de merkwaardige gedragingen van [gedaagde] in de weken rondom het overlijden van [naam zoon] waarover de moeder tijdens de zitting indringend heeft verteld en waarvan de advocaat van [gedaagde] niet heeft gezegd dat ze niet kloppen.
Zo is het vreemd dat [gedaagde] op 25 januari 2023 een appje stuurt naar de moeder nadat [naam zoon] 70 slaappillen had geslikt. Iedere liefhebbende partner die een gezamenlijke toekomst voor zich ziet zou direct de hulpdiensten alarmeren en niet uren later pas een appje sturen naar de moeder om zijn geliefde daarna pas van medische hulp te voorzien.
[naam zoon] werd opgenomen in het ziekenhuis.
Twee dagen later, één dag na ontslag uit het ziekenhuis, zet [gedaagde] [naam zoon] uit huis en wordt de moeder gevraagd om hem op te halen. Tijdens de rit in de auto wordt de moeder gebeld door de crisisdienst, die blijkbaar was gealarmeerd voor [naam zoon] . Toen de moeder in [woonplaats 2] aankwam, zat [gedaagde] boven de nagels van een klant te verzorgen, terwijl [naam zoon] verward en met een mes, twee dagen na een zelfmoordpoging, beneden in de woonkamer zat.
De advocaat van [gedaagde] heeft tijdens de zitting gezegd dat dit de manier was waarop [gedaagde] invulling gaf aan zijn betrokkenheid bij [naam zoon] , maar dat kan de voorzieningenrechter niet volgen.
Daar komt nog bij dat ook na het overlijden niets is gebleken van betrokkenheid van [gedaagde] bij [naam zoon] .
Zo is [gedaagde] vertrokken voordat het lichaam van [naam zoon] was vrijgegeven. Ook is [gedaagde] niet verschenen bij de uitvaart, terwijl hij de dag voor de uitvaart nog had laten weten er wel te zullen zijn. Of er nou wel of niet een conflict was, zoals [gedaagde] zonder onderbouwing stelt, past dit niet bij een liefhebbende partner.
Bij de afwikkeling van de erfenis heeft hij geen rekening gehouden met de belangen van de nabestaanden van [naam zoon] . Babyfoto’s en eerste tekeningen van [naam zoon] zijn weggegooid, net zoals de echofoto van [naam zoon] en zijn doodgeboren tweelingbroertje. De inboedel is door hem opgeslagen bij een kennis van zijn moeder, terwijl de moeder recht heeft op de inboedel. Het is de voorzieningenrechter ook na vragen niet duidelijk geworden waarom de inboedel niet gewoon conform de beslissing van het hof aan de moeder is afgegeven.
Verder valt op dat de blog van [gedaagde] vol staat met
- berichten over zijn hondje [naam 2] ,
- de zoektocht naar een woning in [woonplaats 3]
- zijn uitgaansleven en date-avonturen en
- emotionele uitlatingen over [naam 1] , waar [gedaagde] wel een relatie mee wilde (blijven) hebben.
Over [naam zoon] is in de hele blog geen enkele uitlating te vinden. De voorzieningenrechter zet hierna een paar opvallende uitlatingen (A-D) van [gedaagde] op een rij (geciteerd in nummer 1.6 hiervoor).
A. “Er zullen veel dingen worden afgesloten in mijn leven.
Nederland, Maastricht, nagels, [naam 1] , contacten, het voelt allemaal nog onrealistisch of nog zo ver weg.
Ik ben dankbaar dat ik dit avontuur mag beleven met [naam 2] , ze zal het daar zo fijn hebben.
Ik denk dat waar ik het het meest moeilijke mee zal hebben, buiten het vinden van een appartement, is [naam 1] .
En ja ik weet het, iedereen denkt van kom op [gedaagde] laat het toch los, hij is het laatste waar je na terug moet kijken.
Maar vergeet niet dat ondanks dat hij misschien een lul is, ik ontzettend veel van hem hou en gehouden heb.
Die emotie gaat zo diep, dat heb ik nog nooit eerder ervaren in mijn leven.”
De emotie van houden van [naam 1] gaat blijkbaar nog veel dieper dan de liefde die [gedaagde] volgens zijn advocaat voor [naam zoon] heeft gevoeld en de rouw die hij niet kan verwerken omdat hij de as van [naam zoon] niet bij zich heeft. Waar [gedaagde] het moeilijk mee heeft of denkt te gaan krijgen, is niet het overlijden van [naam zoon] , maar [naam 1] en het vinden van een appartement.
“De emoties begonnen langzaam op te lopen.
Vragen zoals, doe ik hier wel goed aan door te emigreren? Is dit avontuur niet te hoog gegrepen voor me?
Eindelijk dacht ik de spanningen te voelen, de twijfels waar ik op aan het wachten was.
Maar snel werd voor mij duidelijk dat dit niets te maken had met emigreren, maar puur over het contact tussen mij en [naam 1] .
De hoop dat het ooit nog goed zou komen is weg.
Dat was hetgeen wat me beangstigde, niet het emigreren.
Voordat ik het wist vloeiden de tranen over mijn wangen.
Was het het gemis van hem, het verdriet dat het nu definitief over was?
Ik wist met elke vezel in mijn lichaam dat ik hier goed aan deed en het nooit tussen ons zou werken.
Of waren het tranen van opluchting? Dat ik nu een keuze heb gemaakt die mijn leven zou veranderen...”
Anders dan de advocaat van [gedaagde] aanvoert, blijkt [gedaagde] wel in staat om emoties te uiten. Het zijn alleen geen emoties die betrekking hebben op [naam zoon] .
“Maar waarom blijf ik dan nog hangen in het kut gevoel dat ik [naam 1] niet kan loslaten…..?
Misschien gaat het op dat gebied ook beter als ik weg ben, maar het voelt alsof het me tegenhoud.
Ik weet wat goed en slecht voor me is, en [naam 1] hoort bij de negatieve kant, maar waarom wil ik hem nog steeds meer dan emigreren..
Ik denk dat je hart gebroken moet zijn om het te kunnen begrijpen.
En oke, ik laat me niet weerhouden door hem om een beter leven op te zoeken, maar ik kan nu al met zekerheid zeggen dat ik op het balkon van mijn gehuurde appartement, de eerste avonden niets anders doe dan huilen om hem.
Omdat als ik weg ga alle hoop verloren is.
Ik hoop dat hij veranderd na mij toe, niet alleen aan zichzelf denkt etc.
En ja, ik weet het hij zal nooit veranderen, ik weet het.
Maar dat haalt de hoop niet weg.
En als ik echt weg ben kan het nooit meer goed komen.
Ik kan mijn klanten, familie en vrienden loslaten alsof het niets is, maar hem..
Dat word nog een probleem om verder te komen in mijn leven.”
[gedaagde] heeft geen moeite met loslaten van klanten, familie en vrienden, maar wel als het om [naam 1] gaat. Geen woord over het loslaten van [naam zoon] .
“Vandaag werd ik ook gebeld door de advocaat die mij vertelde dat de ex-schoonmoeder toch door gaat zetten.
Ze gaat een kort geding tegen mij beginnen waarin ze wilt dat de rechter besluit dat het as van [naam zoon] nog niet mag worden vrij gegeven aan mij.
En dat ze tegelijkertijd een cassatie rechtszaak tegen mij gaat beginnen.
Zucht, dat zou betekenen dat ik binnen een paar weken weer terug in Nederland moet zijn ivm het kort geding wat me weer onnodig geld gaat kosten.
Maargoed ik heb aangegeven aan mijn advocaat niet meer open te staan voor onderhandeling en ik deze vreselijke, mentaal onstabiele vrouw haar gang laat gaan.
Wij zullen ons moeten voorbereiden en dan gaan we het gevecht weer aan.”
[gedaagde] blijkt vooral moeite te hebben met de kosten die hij moet maken voor deze procedure. Er blijkt helemaal niets van rouw over het overlijden van [naam zoon] . [gedaagde] zit met “onnodig geld” voor “het gevecht”, niet met het verlies van [naam zoon] .
Op basis van deze omstandigheden stelt de voorzieningenrechter vast dat [gedaagde] geen gezamenlijke toekomst meer voor zich zag met [naam zoon] . Het hof kan dan wel vaststellen dat het partnerschap als bedoeld in het testament nog niet was geëindigd, maar het partnerschap in het normale spraakgebruik, in de zin van een liefdesrelatie, was wel geëindigd, omdat er geen gezamenlijke toekomst meer was voor [naam zoon] met [gedaagde] . Het hof heeft de uitleg van het testament beoordeeld en van daaruit juridisch verder geredeneerd. Maar voor deze zaak is niet alleen de juridische uitleg van het testament van [naam zoon] relevant. De voorzieningenrechter moet namelijk beoordelen wiens belangen zwaarder wegen. Die van de ex-partner of die van de moeder. Daarbij is van belang welke betrokkenheid of band de ex-partner bij/met [naam zoon] heeft of had.
Welk belang heeft de moeder?
De moeder heeft aangevoerd dat de ex-partner geen enkele band met [naam zoon] heeft en de asbus alleen wil om haar te dwarsbomen. Daar staat tegenover dat zij een goede band met haar zoon had. Zij heeft voor hem gezorgd vanaf zijn geboorte. Zij heeft voor hem gezorgd toen de ex-partner de relatie verbrak. Zij heeft hem gevonden en gereanimeerd, zonder succes toen hij het leven niet meer zag zitten. De moeder bewaart urnen van familieleden en de katjes van [naam zoon] bij elkaar en wil de mogelijkheid hebben om ook de as van [naam zoon] daar te bewaren. De ex-partner laat in geen enkel opzicht zien zich iets van haar belangen aan te trekken. Moeder is bang dat afgifte van de asbus tot de onomkeerbare situatie leidt waarbij de vermoedelijke wil van [naam zoon] niet meer gerespecteerd zal kunnen worden en de gevoelens en belangen van de moeder en andere nabestaanden onherstelbaar geraakt en geschonden zullen worden.
De voorzieningenrechter begrijpt het standpunt van de moeder. De opstelling van de ex-partner is tot dit moment respectloos ten opzichte van de moeder geweest en geeft aanleiding te veronderstellen dat hij op geen enkele manier rekening zal houden met haar belangen en de belangen van de overige nabestaanden van [naam zoon] . Er is geen redelijk argument denkbaar dat rechtvaardigt om foto’s, eerste tekeningen en een echofoto weg te gooien in plaats van te overhandigen aan de nabestaanden. Als de uitspraak van het hof wordt uitgevoerd, is te verwachten dat de gevolgen onomkeerbaar zullen zijn. De ex-partner weet immers nog niet wat hij met de as gaat doen en is duidelijk niet bezig met [naam zoon] , maar met zijn nieuwe leven zonder [naam 1] .
Welk belang heeft de ex-partner?
De ex-partner heeft tijdens de zitting aangevoerd dat de uitspraak van het hof “simpelweg” moet worden gevolgd. Het recht kent alleen ook uitzonderingen op dat uitgangspunt en op die uitzondering doet de moeder een beroep. De belangen van de moeder zijn groot. Daar staat tegenover dat de ex-partner stelt dat hij zijn rouwproces niet kan voortzetten zo lang hij niet de volledige asbus bij zich heeft, ook al weet hij nog niet wat hij met de as wil doen en wil hij deze gewoon bij zich hebben. Ook heeft zijn advocaat namens hem aangevoerd dat zijn hart is gebroken.
De voorzieningenrechter wil wel aannemen dat het hart van de ex-partner is gebroken. Dat blijkt uit de berichten die onder 1.6 hiervoor zijn geciteerd. Die berichten hebben betrekking op [naam 1] , niet op [naam zoon] . Dat het hart van de ex-partner ook gebroken is door het overlijden van [naam zoon] na het verbreken van de liefdesrelatie door hemzelf, blijkt nergens uit. De voorzieningenrechter ziet (dan) ook geen enkel aanknopingspunt voor de stelling dat de ex-partner een rouwproces rondom het overlijden van [naam zoon] heeft of zal doorlopen. Het gestelde belang om dat proces te kunnen voortzetten, bestaat dus niet.
Conclusie: belang van moeder weegt zwaarder
De conclusie is daarom dat het belang van de moeder om de asbus ongeschonden te behouden bij de deurwaarder veel zwaarder weegt dan het belang van de ex-partner bij het uitvoeren van de uitspraak van het hof.
Dwangsom
De voorzieningenrechter heeft gezien dat de ex-partner in het openbaar uitlatingen over de persoon van moeder doet die misplaatst zijn. Die uitlatingen zijn geciteerd onder 2.5.5 onder D. Het is aan de ex-partner te wijten dat deze procedure nodig was. Hij had namelijk heel eenvoudig kunnen bevestigen dat de asbus bij de deurwaarder kon blijven en dan was deze procedure niet nodig geweest. Dat heeft hij niet gedaan. Wel heeft hij de uitspraak van het hof door de deurwaarder laten betekenen. Dit wijst er allemaal op dat hij de asbus koste wat kost wil hebben en niet bereid is te wachten totdat definitief vaststaat dat hij de asbus mag hebben. Daarom is een dwangsom ook nodig, zodat de ex-partner er goed van doordrongen is dat zijn handelen grote gevolgen zal hebben als hij deze uitspraak negeert. De dwangsom die de moeder vraagt, vindt de voorzieningenrechter dan ook passend.
Proceskosten en uitvoerbaarverklaring bij voorraad
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiseres] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
|
- griffierecht |
€ |
90,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
1.107,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
178,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
1.375,00 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing en de beslissing zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, want daar is geen verweer tegen gevoerd.
Tot slot
Deze zaak is een emotioneel beladen zaak die door het hof juridisch is beoordeeld. De juridische beoordeling heeft geleid tot een uitkomst die begrijpelijkerwijs voor de moeder emotioneel niet te verkroppen is. Aan de andere kant lijkt sprake van een ex-partner die zijn recht wil halen en niet (meer) bereid is rekening te houden met de belangen van de nabestaanden, terwijl hij zegt ook een groot emotioneel belang bij afgifte van de asbus te hebben. De voorzieningenrechter gunt het alle partijen om niet langer op een negatieve manier met het overlijden van [naam zoon] geconfronteerd te blijven. Daarom geeft zij partijen dringend in overweging om afspraken te maken over de verdeling van de as, zodat elke partij daarmee kan doen waar hij of zij vrede mee heeft. De moeder heeft aangegeven bereid te zijn om een deel van de as, bijvoorbeeld voor een assierraad, beschikbaar te zullen stellen als zij de asbus mag hebben. Wellicht dat zij ook bereid is om over een deel van de erfenis waar zij recht op heeft afspraken te maken met de ex-partner, waarmee hij een nieuw leven in Spanje kan opbouwen. De oproep aan de betrokken advocaten is om voorbij de juridische kanten van deze zaak te kijken naar een oplossing waar partijen iets aan hebben.
3De beslissing
De voorzieningenrechter:
schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis van gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 november 2025 onder zaaknummer 200.341.164/01, voor zover [eiseres] daarin is veroordeeld het ertoe te leiden en te gedogen dat de asbus met as (inclusief bijbehorende documentatie) door de bewaarder wordt afgegeven aan [gedaagde] ,
verbiedt [gedaagde] het arrest als bedoeld onder 5.1 van dit vonnis ten uitvoer te doen leggen waar het de verplichting inzake de asbus van [naam zoon] betreft,
bepaalt dat de asbus van [naam zoon] in bewaring dient te blijven bij de huidige bewaarder totdat in de zaak onherroepelijk zal zijn beslist,
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 50.000,00 ineens en aansluitend € 1.000,- per dag dat [gedaagde] in strijd met dit vonnis in kort geding handelt,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.375,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
wijst het meer of anders gevorderde af,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Driever, in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025 en gemotiveerd op 30 december 2025.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
