Rechtbank Midden-Nederland 13-11-2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:6423

Essentie (redactie)

Kind (geboren 2009) wendt zich via informele rechtsingang tot de kinderrechter met de wens dat slechts één van haar ouders het gezag heeft. Zij heeft ook al een tijd geen contact met andere ouder. Rechtbank past ambtshalve art. 1 251a lid 4 BW toe. De rechtbank stelt vast dat ouders in een patstelling verkeren, kind hierdoor spanningen ervaart en behandeling behoeft (anorexia). Gezamenlijk gezag belemmert snelle besluitvorming. Er wordt voldaan aan het klem-criterium. Rechter belast één ouder met het gezag.

Datum publicatie31-12-2025
ZaaknummerC/16/595588 / FO RK 25-790
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsUtrecht
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenKinderen; Gezag;
Familieprocesrecht; Eigen rechtsingang minderjarige
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Informele rechtsingang. Wijziging gezag.

Volledige uitspraak


RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/595588 / FO RK 25-790

Informele rechtsingang

Beschikking van 13 november 2025 naar aanleiding van de op 17 juni 2025 ingekomen aanvraag via de informele rechtsingang als bedoeld in artikel 1:251a lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van:

in de zaak van:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[moeder 1] ,

wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen: [moeder 1] ,

advocaat mr. A.C. Otten,

[moeder 2] ,

wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen: [moeder 2] ,

advocaat: mr. E.T.W. Laureau.

1De procedure

1.1.

De rechtbank heeft op 17 juni 2025 de brief ontvangen die [minderjarige] heeft gestuurd.

1.2.

Op 17 juli 2025 heeft [minderjarige] in een gesprek met de kinderrechter van deze rechtbank gesproken over deze brief.

1.3.

Bij brief van 28 juli 2025 heeft de rechtbank de ouders ingelicht over het gesprek met [minderjarige] en hen uitgenodigd voor een zitting om hun mening over de wensen van [minderjarige] aan de rechtbank kenbaar te maken. Ook de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) is voor de zitting uitgenodigd.

1.4.

De rechtbank heeft daarna de volgende stukken ontvangen:

  • de brief met bijlagen van [moeder 1] van 8 september 2025;

  • de brief met bijlagen van [moeder 2] van 10 september 2025.

1.5.

Op 10 september 2025 heeft de rechtbank de zaak met gesloten deuren mondeling behandeld. Daarbij waren de ouders aanwezig met hun advocaten en de heer [A] namens de Raad.

1.6.

De rechtbank heeft daarna het bericht van [moeder 2] ontvangen van 24 september 2025.

2Waar de procedure over gaat

2.1.

De ouders hebben een geregistreerd partnerschap met elkaar gehad.

2.2.

Zij hebben samen het gezag over [minderjarige] . Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over [minderjarige] moeten nemen.

2.3.

De ouders hebben in 2014 in het ouderschapsplan een co-ouderschapsregeling afgesproken. Die regeling is tot september 2024 uitgevoerd. Sindsdien ziet [minderjarige] [moeder 1] niet of nauwelijks.

2.4.

[minderjarige] heeft de kinderrechter gevraagd om te bepalen dat voortaan alleen [moeder 2] het gezag over haar uitoefent.

3De beoordeling

De beslissing

3.1.

De kinderrechter zal gebruik maken van haar ambtshalve bevoegdheid naar aanleiding van de wens van [minderjarige] en bepalen dat voortaan [moeder 2] alleen het gezag over [minderjarige] heeft. De kinderrechter zal hierna uitleggen waarom zij dit beslist.

Wat zegt de wet?

3.2.

Op grond van artikel 1:251a lid 4 BW kan de kinderrechter ambtshalve, dus zonder een formeel verzoek, een beslissing nemen over het gezag als blijkt dat de minderjarige van twaalf jaar of ouder hier prijs op stelt. Dat kan na een echtscheiding of een ontbinding van een geregistreerd partnerschap, en als er in dat kader nog niet eerder een beslissing is genomen over het gezag.

3.3.

Om het gezamenlijk gezag te beëindigen, moet volgens de wet voldaan zijn aan in ieder geval een van de twee volgende criteria: er moet een te groot risico zijn dat het kind klem komt te zitten of verloren raakt door de strijd tussen de ouders, waarbij de kinderrechter niet verwacht dat dat binnenkort beter wordt 1, of de kinderrechter moet het om een andere reden in het belang van het kind noodzakelijk vinden om het gezamenlijk gezag te beëindigen. 2

De situatie van [minderjarige]

3.4.

De kinderrechter stelt voorop dat de situatie van [minderjarige] al meer dan een jaar ingewikkeld en zwaar is: [minderjarige] heeft verteld dat ze zich al langere tijd niet prettig voelt bij het contact met [moeder 1] . Zij verblijft daarom sinds het einde van de zomervakantie van 2024 niet meer volgens de zorgregeling bij haar. [minderjarige] heeft verteld dat zij bij [moeder 1] geen ruimte heeft ervaren voor haar eigen verhaal en haar emoties. Ze heeft [moeder 1] daarom al een tijd niet gezien en dat geeft haar nu rust. Inmiddels heeft [minderjarige] te kampen met anorexia en is het moeilijk daarvoor passende hulpverlening te vinden. Voor [minderjarige] voelt het niet prettig dat [moeder 1] nog meebeslist over haar (behandeling). Een gesprek over wat [minderjarige] wil tussen de moeders eindigt steeds in ruzie, volgens [minderjarige] .

3.5.

Uit de stukken en het gesprek op de zitting komt naar voren dat het de ouders niet lukt om met elkaar samen te werken om de situatie voor [minderjarige] beter te maken. Dat heeft verschillende oorzaken. Zo ervaart [moeder 1] het al een langere tijd alsof haar handelen als opvoeder van [minderjarige] onder een vergrootglas ligt, en vindt zij dat [moeder 2] haar onvoldoende betrekt bij (de behandeling van) [minderjarige] . Daarnaast heeft [moeder 1] veel verdriet van dat zij [minderjarige] niet ziet. Aan de andere kant worstelt [moeder 2] met een balans vinden tussen enerzijds [moeder 1] betrekken bij alles rondom [minderjarige] , en anderzijds [minderjarige] ’s wens respecteren om [moeder 1] in ieder geval voorlopig op afstand te houden. Hierdoor komt de regie over de hulp voor [minderjarige] en de draaglast van de situatie rondom de ziekte van [minderjarige] vrijwel volledig voor rekening van [moeder 2] . Dat valt haar zwaar in combinatie met haar werk en de zorgen die zij heeft over [minderjarige] .

3.6.

De kinderrechter heeft op de zitting met de beide moeders gesproken en gezien hoe zeer de onderlinge verhouding in een patstelling verkeert. De discussie over de vraag wat in het belang van [minderjarige] is, komt steeds terug op een verklaring over de positie en de eigen pijn van de betreffende ouder. Namens [moeder 1] is naar voren gebracht dat zij geen beslissingen over [minderjarige] heeft tegengehouden. Er zijn geen procedures gevoerd om vervangende toestemming. Het heeft wellicht soms iets langer geduurd voordat toestemming is gegeven omdat zij niet goed geïnformeerd was, maar die toestemming is er uiteindelijk wel gekomen. Ook [moeder 2] heeft gezegd dat het voor haar niet nodig is dat het gezamenlijk gezag beëindigd wordt. De Raad heeft uitgesproken dat de moeders hun manier van communiceren met elkaar kunnen verbeteren waardoor zij toch samen het gezag zouden moeten kunnen uitoefenen.

De kinderrechter stelt echter vast dat het de ouders in de afgelopen periode niet gelukt is gezamenlijk een oplossing te vinden voor de al langer bestaande wens van [minderjarige] om de zorgregeling aan te passen. Ook de situatie die [minderjarige] bij [moeder 1] als grensoverschrijdend heeft ervaren, wordt door beide moeders anders gewaardeerd. Het is verder niet gelukt om in harmonie gezamenlijk keuzes te maken voor de noodzakelijke behandeling van [minderjarige] . Het ziet er op dit moment niet naar uit dat de ouders hierin zelfstandig en op korte termijn een verandering kunnen aanbrengen. Deze aanhoudend onrustige situatie doet niet alleen een enorm emotioneel appel op [minderjarige] , het leidt ook niet tot ondersteuning en een gezamenlijk gedragen behandeling in haar ziekte, en dat is niet in haar belang. Het moet minder gaan over wat de ouders nodig hebben, maar in de eerste plaats over wat er nu voor [minderjarige] nodig is.

3.7.

De kinderrechter is om die reden van oordeel dat hier toch sprake is van een situatie waarin [minderjarige] klem en verloren is geraakt door de onderlinge strijd tussen de ouders, ook al zijn er geen procedures gevoerd over vervangende toestemming. Het ziet er niet naar uit dat die onderlinge verhouding en communicatie, met alles wat er op dit moment aan de hand is rondom [minderjarige] , op korte termijn zijn verbeterd. In ieder geval is het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat beslissingen over haar, waarin zij vanwege haar leeftijd inmiddels zelf een steeds belangrijker stem heeft, snel genomen kunnen worden. Eenhoofdig gezag past daarbij.

Is eenhoofdig gezag de enige oplossing?

3.8.

Wanneer de formeel juridische beslissingen over [minderjarige] niet langer gezamenlijk genomen hoeven te worden, zal bij eenhoofdig gezag in ieder geval het aantal situaties waarin er onderlinge spanningen ontstaan, verminderen. Ook zal [minderjarige] daardoor meer ruimte krijgen om zelf meer regie te hebben over wat zij nu nodig heeft. Dat is niet alleen passend bij haar leeftijd, maar ook bij de behandeling van haar eetstoornis, aldus de informatie van haar psycholoog. De kinderrechter kan zich voorstellen dat dit ook een rol speelt in de wens van [minderjarige] om te bepalen dat [moeder 1] voortaan geen gezag meer heeft over haar.

3.9.

Het enige wat echt rust voor [minderjarige] zal creëren is uiteraard een betere verstandhouding tussen de ouders en het respecteren van [minderjarige] ’s wens om voorlopig geen contact te hebben met [moeder 1] . [minderjarige] heeft namelijk ook uitdrukkelijk uitgesproken dat het haar niet gaat om de familierechtelijke band (van de adoptie) met [moeder 1] te verbreken maar om ruimte te krijgen voor zichzelf en om weer beter worden.
De kinderrechter wil daarom nogmaals benadrukken dat de ouders de enige zijn die deze situatie beter kunnen maken voor [minderjarige] . Het zou nog steeds goed zijn als de ouders zich melden bij de gemeente voor een ouderschapsbemiddelingstraject of particuliere hulpverlening zoeken, zodra daar bij ieder van hen voldoende draagkracht voor is.

Brief aan [minderjarige]

3.10.

Tot slot vindt de kinderrechter het belangrijk de ouders te laten weten dat gelijktijdig met deze beschikking een brief aan [minderjarige] is gestuurd, waarin de kinderrechter haar beslissing uitlegt. In die brief is het volgende opgenomen:

“Beste [minderjarige] ,

Het is alweer een tijd geleden dat wij elkaar spraken bij de rechtbank. Je vertelde me toen dat je niet meer wil dat je niet-biologische moeder nog gezag over jou heeft.
Op 10 september 2025 heb ik allebei je moeders gesproken over jouw wens, tijdens een zitting. Ze hadden beiden een advocaat meegenomen, en er was ook iemand van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig. Die nodigen we namelijk altijd uit als het over kinderen gaat, zodat zij ons kunnen adviseren.

Na de zitting heb ik best lang moeten nadenken wat ik het beste vond voor jou. Daarom heeft het even geduurd voordat ik deze brief heb geschreven. Uiteindelijk heb ik besloten dat ik ga beslissen wat jij hebt gevraagd. Dat betekent dat je biologische moeder voortaan de beslissingen over jou mag nemen. Ik zal je hierna uitleggen waarom ik die beslissing heb genomen.

Ik begrijp heel goed dat de discussies tussen je moeders voor jou heel belastend zijn en dat jij graag rust wil, zodat je je kunt focussen op jezelf en op je behandeling. Ik vind dat ook nodig, dat jij nu die rust krijgt. Het moet niet meer gaan over wat je moeders graag willen of wat zij voor zichzelf lastig vinden, maar over wat nodig is voor jou en wat jij wil. Dat gaat gemakkelijker als je biologische moeder alleen kan beslissen.

Dat betekent niet dat de band met je niet-biologische moeder niet meer bestaat. Die is er nog steeds en ik denk dat het voor je moeders en ook voor jou beter zou zijn als zij hulp zoeken om weer goed met elkaar over jou te kunnen praten, zonder discussies. Maar ik denk ook dat nog wel even gaat duren en dat jij daar nu niet op kan wachten. Daarom heb ik de beslissing genomen.

Het was heel dapper van je dat je zelf geprobeerd hebt om de situatie voor jou te verbeteren door mij te schrijven. Ik hoop dat de beslissing ook echt een steuntje in de rug voor je is. Daarom succes gewenst in je school en ik hoop dat het je (met je psycholoog) lukt om je te focussen op wat jij nodig hebt.”

Hierna volgt de beslissing. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat de beslissing direct ingaat, ook al stelt iemand er hoger beroep tegen in. De kinderrechter doet dat omdat het nodig is dat de beslissingen over [minderjarige] snel genomen kunnen worden.

4De beslissing

De rechtbank:

4.1.

bepaalt dat het gezag over [minderjarige] voortaan berust bij [moeder 2] ;

4.2.

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. V.M.M. van Amstel, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. L.A. Nettekoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 november 2025.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733