Essentie (gemaakt door AI)
Bevoegdheidsincident. Partijen zijn broer en zussen en ieder voor 1/3e eigenaar van een onverdeelde woning en garage, die door moeder aan de kinderen is verkocht en geleverd. Verweerster wil haar aandeel in verkopen, maar er is onenigheid met gedaagde 1 over de prijs. Gedaagde 1 wil uitstel verdeling en benoeming vereffenaar. Rb wijst verzoek van gedaagde 1 om verweerster niet-ontvankelijk te verklaren af: voorgelegde geschil gaat over meer dan waardering woning zodat Rb bevoegd is. Gedaagde veroordeeld in proceskosten.
Datum publicatie | 01-08-2025 |
Zaaknummer | C/03/335622 / HA ZA 24-482 |
Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
Zittingsplaats | Maastricht |
Rechtsgebieden | Civiel recht |
Trefwoorden | Erfrecht; Familieprocesrecht; Bevoegdheid |
Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident afgewezen; voorgelegde geschil gaat over meer dan waardering woning zodat rechtbank bevoegd is.Volledige uitspraak
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/335622 / HA ZA 24-482
Vonnis in incident (bij vervroeging) van 12 februari 2025
in de zaak van
[verweerster] ,
wonend te [woonplaats 1] ,
eiseres in conventie in de hoofdzaak,
verweerster in reconventie in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
hierna te noemen: [verweerster] ,
advocaat mr. L.J.J. van Wijk,
tegen
1 [gedaagde 1] ,
wonend te [woonplaats 2] ,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
eiser in het incident,
hierna te noemen: [gedaagde 1] ,
advocaat mr. S. de Block,
2. [gedaagde 2],
wonend te [woonplaats 3] ),
gedaagde in conventie,
hierna te noemen: [gedaagde 2] ,
niet verschenen.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding met producties 1 t/m 9, alsmede de betekeningsstukken,
-
de conclusie van antwoord tevens – naar de rechtbank begrijpt – incidentele vordering tot onbevoegdheid alsmede eis in reconventie met bijlagen 1 t/m 16,
-
de incidentele conclusie van antwoord met producties 10 en 11.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2. De feiten
2.1. Partijen zijn broer en zussen van elkaar (hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen). Zij zijn geboren binnen het huwelijk van [vader] (hierna: vader), overleden op [overlijdensdatum 1] 2017 en [moeder] (hierna: moeder), overleden op [overlijdensdatum 2] 2024.
De kinderen zijn ieder voor 1/3e onverdeeld aandeel eigenaar van een woning en garage, welke in 2020 door moeder aan de kinderen is verkocht en geleverd. In de akte van levering is onder meer een aanbiedingsplicht opgenomen die ieder van de kinderen verplicht om, ingeval dat één van hen zijn/haar aandeel in de woning en garage wenst te vervreemden, zijn/haar aandeel te koop dient aan te bieden aan de andere deelgenoten.
3Het geschil
in de hoofdzaak in conventie
[verweerster] wenst haar aandeel in de woning en de garage te vervreemden. Zij heeft haar aandeel te koop aangeboden aan [gedaagde 1] . De kinderen komen niet tot overeenstemming over de verkoopprijs en de voorwaarden waaronder deze koop/verkoop en levering dienst plaats te vinden. [verweerster] vordert derhalve dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. [naam] , verbonden aan Aelmans Adviesgroep zal benoemen tot deskundige teneinde de waarde vast te stellen van het woonhuis met aanhorigheden, ondergrond en tuin, gelegen te [plaats] , aan de [adres] , kadastraal bekend gemeente [kadastrale gegevens 1] , ter grootte van vier are en zeven centiare, en het perceel grond met garage, gelegen te [plaats] , aan de [adres] , kadastraal bekend gemeente [kadastrale gegevens 2] , ter grootte van vierentwintig centiare, dan wel een deskundige te benoemen door de rechtbank in goede justitie te bepalen;
2. Zal bepalen dat de kosten van het deskundigenbericht zoals bedoeld onder punt 1. van het petitum ten laste komen van partijen, ieder voor het aandeel in de woning en garage, zijnde j/3e aandeel en te bepalen dat de taxateur zijn/haar opdracht uitvoert met inachtneming van het gestelde in de randnummers 41 tot en met 52;
3. [gedaagde 1] zal veroordelen om zijn volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de door de deskundige uit te voeren taxatie op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde 1] hier niet aan voldoet;
4. Zal bepalen dat indien [verweerster] haar onverdeeld aandeel in de onder 1. genoemde zaken aan [gedaagde 1] te koop zal aanbieden binnen één week nadat de waarde van de onder 1. genoemde zaken zijn vastgesteld en [gedaagde 1] vervolgens:
a. niet binnen één week nadat het aanbod is gedaan, aan [verweerster]
schriftelijk kenbaar maakt dat hij van het voorkeursrecht gebruik zal maken, en/of;
b. niet binnen acht weken nadat het aanbod door [gedaagde 1] schriftelijk is geaccepteerd, zijn volledige en onvoorwaardelijke medewerking verleent aan de levering aan hem ten overstaan van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen notaris (niet zijnde Metis
Notarissen) onder de gelijktijdige verplichting tot betaling aan [verweerster] van haar aandeel in de door de deskundige vastgestelde waarde van de onder 1. genoemde onroerende zaken
de wijze van verdeling van de onder 1. genoemde onroerende zaken alsdan wordt vastgesteld dat de onder 1. genoemde onroerende zaken aan (een) derde(n) wordt verkocht en geleverd, waarna de netto-opbrengst aan ieder van de deelgenoten toekomt overeenkomstig hun aandeel in de woning en de garage, zijnde ieder 1/3e deel na voldoening van eventuele kosten ter zake de verkoop en levering;
5. [gedaagde 1] zal veroordelen om in het onder 4 bedoelde geval zijn volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de onder 4 bedoelde verkoop en levering, onder welke medewerking onder meer wordt verstaan het meewerken aan alle handelingen die nodig zijn om de hiervoor onder 4 bedoelde onroerende zaak aan (een) derde(n) te verkopen en te leveren, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde 1] hier niet aan voldoet, en te bepalen dat dit vonnis overeenkomstig de artikelen 3:300 en 3:301 BW daarvoor in de plaats treedt indien [gedaagde 1] zijn bedoelde medewerking niet verleent.
6. [gedaagde 1] zal veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.
in de hoofdzaak in reconventie
[gedaagde 1] wil de verdeling van de woning uitsluiten voor de duur van 1,5 jaar. In die periode dient er een vereffenaar te worden benoemd die de nalatenschap van moeder zal afwikkelen en de vorderingen en schulden van de nalatenschap zal vaststellen. [gedaagde 1] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. de verdeling van de woning zal uitsluiten voor de duur van 1,5 jaar, waarbij ieder der deelgenoten in de woning hun 1/3e aandeel in de gebruikers- en eigenaarslasten van de woning dient te voldoen;
II. [verweerster] zal veroordelen in de kosten van deze procedure.
in het incident
[gedaagde 1] stelt dat [verweerster] haar vorderingen had moeten voorleggen aan de kantonrechter, nu in de akte van levering van de woning en garage d.d. 31 december 2020 (productie 1 bij dagvaarding) is opgenomen dat indien partijen het binnen zes weken na het uitbrengen van het schriftelijk aanbod tot verkoop over de koopprijs en de overige voorwaarden niet eens worden, dat geschil zal worden beslecht door een door de kantonrechter te benoemen deskundige. Nu [verweerster] zich niet tot de kantonrechter heeft gewend, verzoekt [gedaagde 1] om [verweerster] niet-ontvankelijk te verklaren.
[verweerster] voert verweer. Zij stelt dat de bepaling in de akte van levering niet aan de verdelingsvordering in de weg staat. Verdelingsvraagstukken vallen onder de competentie van de rechtbank, zodat ook het benoemen van een deskundige – uit proceseconomische overwegingen – aan de rechtbank kan worden voorgelegd. Verder vordert [verweerster] om [gedaagde 1] te veroordelen in de werkelijke kosten van deze procedure met inbegrip van de werkelijke advocaatkosten, nu [gedaagde 1] haar ontvankelijkheid zonder gegronde redenen en zonder een rechtens te respecteren belang ter discussie stelt.
4
4. De beoordeling in het incident
Allereerst moet worden vastgesteld dat de bepaling in de akte van levering waar [gedaagde 1] zich op beroept, niet inhoudt dat is overeengekomen dat de kantonrechter het geschil beslecht. Er staat immers dat een (door de kantonrechter te benoemen) deskundige het geschil zou moeten beslechten. Om die reden past het gevolg dat [gedaagde 1] aan deze bepaling verbindt niet bij de inhoud daarvan.
Verder geldt dat, zoals [verweerster] al in de dagvaarding heeft opgemerkt, het door haar voorgelegde geschil over meer gaat dan enkel de waardering van de woning en de garage. Over dat laatste zou een deskundige kunnen oordelen, maar over hetgeen partijen overigens verdeeld houdt niet. Daarom kan niet worden vastgesteld dat met de bepaling in de akte overeen is gekomen dat het nu voorliggende geschil niet aan de overheidsrechter kan worden voorgelegd en dus van de toegang tot de overheidsrechter in zoverre afstand is gedaan.
De slotsom is dat de vordering in incident wordt afgewezen. [gedaagde 1] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) van het incident worden veroordeeld. De proceskosten van [verweerster] worden begroot op:
- salaris advocaat |
€ |
614,00 |
(1 punt × € 614,00) |
- nakosten |
€ |
178,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
Totaal |
€ |
792,00 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De rechtbank
in het incident
wijst het gevorderde af,
veroordeelt [gedaagde 1] in de kosten van het incident, aan de zijde van [verweerster] tot op heden begroot op € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde 1] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
in de hoofdzaak
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 26 maart 2025 voor conclusie van antwoord in reconventie.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken. 1
type: AH
coll:
© Copyright 2009 - 2025 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733