Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10-12-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10759

Datum publicatie18-12-2019
Zaaknummer200.253.721/01
ProcedureHoger beroep
ZittingsplaatsLeeuwarden
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenJeugdbescherming / Jeugdwet; Privacy in de jeugdhulp
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie

Inzageverzoek van de moeder (eerst met gezag, later zonder gezag) op grond van de AVG wordt toegewezen voor zover het gegevens van de moeder zelf betreft en afgewezen voor zover het gegevens van haar dochter betreft die geen toestemming geeft voor inzage van moeder in haar gegevens. Overweging ten aanzien van verwevenheid van gegevens en persoonlijke werkaantekeningen van de jeugdbeschermer. Afwijzing van verzoek van moeder dat GI onderzoek dient te doen naar de bronnen die zich diskwalificerend over haar hebben uitgelaten.

Volledige uitspraak


GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.253.721/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/18/185062 / JE RK 18-423)

beschikking van 10 december 2019

inzake

[verzoekster] ,

wonende te [A] ,
verzoekster,

verder te noemen: [verzoekster] (of: de moeder van [de minderjarige] ),

advocaat: mr. P. Rietberg te Groningen,

en

de gecertificeerde instelling:
Stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen,
kantoorhoudend te Groningen,
verweerder,
verder te noemen: de GI,

alsmede

[verweerder] ,

wonende te [B] ,

verweerder,

verder te noemen: [verweerder] (of: de vader van [de minderjarige] ),

advocaat: mr. A.A.M. Kroon-Jongbloed te Groningen.


1Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 13 november 2018, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking).

2Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met productie(s), ingekomen op 30 januari 2019;

- het verweerschrift van [verweerder] met productie(s);
- een journaalbericht van mr. Rietberg van 22 februari 2019 met productie(s);
- een journaalbericht van mr. Rietberg van 22 maart 2019;
- een journaalbericht van mr. Kroon-Jongbloed van 25 maart 2019;
- een journaalbericht van mr. Rietberg van 15 mei 2019 met begeleidende brief van die
datum;
- een faxbericht van mr. Kroon-Jongbloed van 16 mei 2019 en bijbehorend journaalbericht;
- een journaalbericht van mr. Rietberg van 17 mei 2019;
- een faxbericht van mr. Kroon-Jongbloed van 29 augustus 2019;
- een brief met bijlagen van mr. Kroon-Jongbloed van 3 september 2019;
- een brief namens mr. Kroon-Jongbloed van 4 september 2019.

2.2

De hierna genoemde minderjarige [de minderjarige] is door het hof in de gelegenheid gesteld haar mening over de zaak te geven. Zij heeft het hof een brief geschreven en is voorafgaand aan de mondelinge behandeling van de zaak gehoord door een raadsheer-commissaris.

2.3

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 11 september 2019. [verzoekster] en [verweerder] en hun advocaten zijn daarbij verschenen. De GI heeft zich doen vertegenwoordigen door mevrouw [C] . Beide advocaten hebben pleitaantekeningen overgelegd.

2.4

Het door de GI ingediende verweerschrift is, na bezwaar door mr. Rietberg, door het hof niet geaccepteerd en maakt daarmee geen deel uit van het procesdossier. Gelet op de aard van de procedure bestaat er voor de GI als belanghebbende geen mogelijkheid zonder tussenkomst van een advocaat een verweerschrift in te dienen. De GI heeft ter zitting mondeling verweer gevoerd en daarbij voorgedragen uit het verweerschrift.

3De vaststaande feiten

3.1

[verzoekster] en [verweerder] (hierna ook: de ouders) hebben (tot 2013) een relatie met elkaar gehad. Uit die relatie is [in] 2005 te [D] geboren de thans nog minderjarige [de minderjarige] ( [de minderjarige] ), die door de vader is erkend.

3.2

De ouders van [de minderjarige] zijn tot de hierna onder 3.6 genoemde beschikking van de rechtbank gezamenlijk belast geweest met het ouderlijk gezag over haar.

3.3

[de minderjarige] heeft tot 19 april 2016 haar hoofdverblijf gehad bij [verzoekster] , haar moeder. Op die datum is [verzoekster] aangehouden door de politie op verdenking van betrokkenheid bij de dood van mevrouw [E] (de ex-partner van de toenmalige partner van [verzoekster] ) en het treffen van voorbereidingshandelingen voor het plegen van een levensdelict tegen [verweerder] . [de minderjarige] is later dat jaar door de rechter voorlopig aan haar vader toevertrouwd en onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling heeft geduurd tot 4 oktober 2018 en is daarna niet meer verlengd. De moeder is vrijgesproken van het haar tenlastegelegde.

3.4

Bij verzoekschrift, ingekomen bij de rechtbank op 13 juni 2018, heeft [verzoekster] verzocht de GI te veroordelen tot inzage en afschrift van het volledige bij de GI aanwezige dossier inzake [de minderjarige] , alsmede alle aantekeningen die [verzoekster] betreffen, voor zover [verzoekster] deze nog niet in haar bezit heeft. Ook verzoekt [verzoekster] te bepalen dat de GI in de proceskosten wordt veroordeeld.

3.5

In de hier bestreden beschikking van 13 november 2018 heeft de rechtbank op voormeld verzoek van [verzoekster] beslist als hierna onder 4.1 vermeld.

3.6

Nadien heeft de rechtbank, bij de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking van
4 december 2018, het gezamenlijk gezag van de ouders over [de minderjarige] beëindigd en bepaald dat [verweerder] voortaan alleen is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . Het hoger beroep van [verzoekster] tegen die beschikking (zaaknummer 200.255.326/01) is op dezelfde dag behandeld als het onderhavige hoger beroep. Het hof zal daarin afzonderlijk uitspraak doen.

4De omvang van het geschil

4.1

In de bestreden beschikking heeft de rechtbank de GI veroordeeld om [verzoekster] binnen vier weken na de betekening van de beschikking inzage te geven in alle gegevens die de GI over haar heeft geregistreerd, de GI in de proceskosten veroordeeld en het meer of anders verzochte afgewezen (waaronder het verzoek van [verzoekster] om inzage in en afschrift van de gegevens in het dossier van de GI over [de minderjarige] ).

4.2

[verzoekster] verzoekt het hof, met vernietiging van de bestreden beschikking in zoverre, te bepalen:
I. dat de GI uitvoering dient te geven aan de bestreden beschikking op straffe van
verbeuring van een dwangsom van € 500,- per dag of dagdeel, aan haar een kopie
dient af te geven van alle informatie die over haar is opgeslagen;

- voor zover het informatie is uit de contactverslagen van [verweerder] , deze informatie
sec, zonder dat de privacy van [verweerder] wordt geschonden;
- voor zover het informatie is uit contactverslagen van [de minderjarige] , deze informatie sec,
zonder dat de privacy van [de minderjarige] wordt geschonden;

- voor zover het informatie of briefwisseling van en naar het openbaar ministerie is met

bronvermelding erbij;

- voor zover het informatie betreft afkomstig van alle gezinsvoogden en gedrag-

wetenschappers die zich ten tijde van de onder toezichtstelling van [de minderjarige] met
deze zaak hebben beziggehouden, waarbij er uitlatingen op schrift zijn gezet inzake
[verzoekster] indien van toepassing met bronvermelding erbij;

- voor zover het de contacten met de raad voor de kinderbescherming betreft alle
correspondentie en gesprekverslagen en kopieën van de telefoongesprekken inzake

[verzoekster] ;

alsmede te bepalen dat de GI onderzoek dient te doen naar de bronnen die zich
diskwalificerend over haar hebben uitgelaten en niet kan stellen dat de betrokken
personen niet meer werkzaam zijn in de vestiging van de GI in Groningen.

II. de GI te veroordelen in de kosten van deze procedure in prima en in hoger beroep.

4.3

De GI verzoekt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen en [verzoekster] niet-ontvankelijk te verklaren in haar hoger beroep dan wel dat af te wijzen.

4.4

[verweerder] verzoekt het hof [verzoekster] niet-ontvankelijk te verklaren dan wel haar verzoek in hoger beroep af te wijzen met veroordeling van [verzoekster] in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke kosten van deze procedure.

5De motivering van de beslissing


Ontvankelijkheid [verzoekster] in hoger beroep en de vraag of [verweerder] belanghebbende is

5.1

De omstandigheid dat het verzoek van [verzoekster] in de bestreden beschikking voor wat betreft de gegevens over [verzoekster] is toegewezen, doet naar het oordeel van het hof niet af aan de ontvankelijkheid van [verzoekster] in haar hoger beroep. [verzoekster] heeft een rechtens relevant belang bij inhoudelijke beoordeling van haar hoger beroep, gelet op de aanpassing en nadere specificering van haar verzoek in hoger beroep. Het geschil spitst zich in dit verband toe op de beantwoording van de vraag welke gegevens de GI aan [verzoekster] dient te verstrekken uit het dossier van de GI met betrekking tot [verzoekster] zelf en of de GI daartoe, mede gelet op de belangen van de overige betrokkenen, gehouden is. Zoals het hof ter zitting heeft medegedeeld, is het van oordeel dat [verweerder] , gelet op de inhoud van het verzoek van [verzoekster] , in deze zaak als belanghebbende dient te worden aangemerkt. [verzoekster] verzoekt immers ook informatie te verstrekken uit berichten die door de GI met [verweerder] (en de onder zijn gezag staande [de minderjarige] ) zijn gewisseld en dat vergt beoordeling van het belang van [verweerder] (en [de minderjarige] ).

Omvang geschil in hoger beroep
5.2 De rechtbank heeft in de bestreden beschikking terecht onderscheid gemaakt in de verzochte gegevens over [verzoekster] zelf en de verzochte gegevens over [de minderjarige] . Het hof begrijpt uit de toelichting in het beroepschrift dat het onderhavige hoger beroep van [verzoekster] zich niet richt tegen de beslissing van de rechtbank met betrekking tot de gegevens uit het dossier van de GI over [de minderjarige] . Voor zover dat anders moet worden begrepen kan het hof zich vinden in de beslissing en overwegingen van de rechtbank op dat punt (onder meer verwijzend naar het belang van [de minderjarige] bij goede hulpverlening en vertrouwelijkheid), waar het hof aan toevoegt dat [de minderjarige] ook in hoger beroep geen toestemming heeft willen geven voor verstrekking van gegevens over haarzelf uit het dossier van de GI aan [verzoekster] . Voorts is [verzoekster] sinds 4 december 2018 niet meer mede belast met het gezag over [de minderjarige] , zodat haar recht op informatie over [de minderjarige] sindsdien wordt bestreken door het beperktere criterium in artikel 1:377c BW ‘belangrijke feiten en omstandigheden die de persoon van het kind of diens verzorging en opvoeding betreffen’.

Beoordelingskader resterende geschil
5.3 Het hof kan zich na ambtshalve toetsing vinden in het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de ontvankelijkheid van [verzoekster] in haar inleidend verzoek en de overwegingen van de rechtbank met betrekking tot het toetsingskader in de bestreden beschikking, waar het hof kortheidshalve naar verwijst.

5.4

Het in artikel 15, lid 3 van de AVG bedoelde recht om een kopie te verkrijgen, doet, op grond van het bepaalde in het vierde lid, geen afbreuk aan de rechten en vrijheden van anderen. Inzage moet dan ook worden geweigerd indien de persoonlijke levenssfeer van een derde daardoor zou worden geschaad. Met name in een dossier als het onderhavige, zijn de gegevens van verschillende personen vaak zo nauw verbonden met gegevens over de jeugdige of anderen dat het onderscheiden ervan vaak niet mogelijk is. Het is daardoor moeilijk om iedere persoon apart inzage te verlenen in zijn eigen gegevens zonder dat daarbij gegevens van anderen worden prijsgegeven. De GI moet in zo een geval afwegen of de persoonlijke levenssfeer van de derde zal worden geschaad bij het verstrekken van inzage. De belangen van de diverse personen moeten dan tegen elkaar worden afgewogen.

5.5

Zoals door de GI ter zitting in hoger beroep nader is toegelicht, zijn aan [verzoekster] alle gegevens verstrekt die rechtstreeks op haar betrekking hebben. De GI heeft geen gegevens (van [verzoekster] ) verstrekt die aan de orde zijn gekomen in de contacten die de GI heeft onderhouden [verweerder] of [de minderjarige] , omdat verstrekking niet mogelijk zou zijn zonder daarbij de belangen van [verweerder] en [de minderjarige] te schaden. Gegevens uit contactjournaals van [verweerder] en [de minderjarige] kunnen, nog daargelaten de vraag hoe ruim het begrip “gegevens” zou moeten worden opgevat, naar het oordeel van het hof niet worden verstrekt zonder daarbij de belangen van deze personen te schaden. Het voorstel van [verzoekster] , om de namen van [verweerder] en [de minderjarige] in dat verband onzichtbaar te maken, geeft gelet op de context van deze gegevens, (in het geheel) geen waarborg voor de bescherming van deze belangen. Het is voor een ieder immers duidelijk om welke personen het gaat.

5.6

Eventuele persoonlijke aantekeningen van de jeugdbeschermer vallen naar het oordeel van het hof in beginsel niet onder het inzagerecht van [verzoekster] ; dit betreft slecht een persoonlijk hulpmiddel voor de jeugdbeschermer. Voor zover deze aantekeningen tot actie hebben geleid, zullen zij in nadere stukken zijn verwerkt, die vervolgens wel aan [verzoekster] zijn verstrekt.

5.7

Uit de toelichting van de GI begrijpt het hof voorts dat er verder geen informatie meer over [verzoekster] in het dossier van de GI aanwezig is dat niet reeds is verstrekt aan [verzoekster] uit contacten met het openbaar ministerie en/of de raad voor de kinderbescherming en van gezinsvoogden en/of gedragswetenschappers die zich ten tijde van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] met de zaak hebben beziggehouden. Het hof ziet in hetgeen [verzoekster] heeft aangevoerd geen reden aan te nemen dat dit onjuist is. De desbetreffende verzoeken van de moeder in het petitum van haar beroepschrift onder het derde, vierde en vijfde gedachtestreepje zal het hof daarom eveneens afwijzen.
5.8 [verzoekster] heeft voorts verzocht te bepalen dat de GI onderzoek dient te doen naar de bronnen die zich diskwalificerend over haar hebben uitgelaten. Deze procedure biedt naar het oordeel van het hof geen basis voor een dergelijk verzoek zodat het hof dat zal afwijzen.
5.9 Nu niet is gebleken dat de GI geen uitvoering heeft gegeven aan de bestreden beschikking bestaat geen aanleiding voor een dwangsom als door [verzoekster] verzocht.

Proceskosten
5.10 Het hof acht gelet op het voorgaande geen termen aanwezig om de GI in de proceskosten van het geding in hoger beroep te veroordelen als door [verzoekster] verzocht. Naar het oordeel van het hof heeft [verzoekster] voorts geen belang bij een veroordeling van de GI in de kosten van het geding in eerste aanleg nu dat reeds onderdeel uitmaakt van de bestreden beschikking en daartegen geen specifieke grief is gericht.

5.11

Het verzoek van [verweerder] om [verzoekster] in de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten van het geding te veroordelen zal het hof eveneens afwijzen. Hoewel haar hoger beroep geen doel treft is naar het oordeel van het hof geen sprake van lichtvaardig of nodeloos procederen dan wel misbruik van bevoegdheid. Het hof zal de proceskosten van het geding in hoger beroep aldus compenseren dat ieder de eigen kosten van het geding draagt.

6De slotsom

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het hoger beroep van [verzoekster] geen doel treft en het hof daarom zal beslissen als volgt.

7De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:


verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar verzoek te bepalen dat de GI nader onderzoek dient te doen naar de voormelde diskwalificerende uitlatingen;

bekrachtigt de bestreden beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 13 november 2018,voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.G. Idsardi, C. Koopman en S. Rezel, bijgestaan door mr. A.J.Th. Harkema als griffier en is op 10 december 2019 in het openbaar uitgesproken.



© Copyright 2009 - 2024 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733